Hoofdtekst
Mij wiert van yemant een halve pints romer wijn toegebragt. Ik kreeg se en futselde daer wat aen. R. ‘Wat doet gij al?’ R. ‘Ik soeck er met dit mes desen brock uyt te krijgen.’ ‘R. ‘Laet eens sien, wat is het? Ben je geck, drinck maer uyt, het is niet anders als een stuckie van de kraen. De wijn sal daer niet eens nae smaecken.’ R. ‘Wel alsser niet na smaken sal, dan hoeft ‘et er niet in, ik sal ’t er uyt doen.
Beschrijving
De verteller krijgt een beker wijn. Hij rommelt er wat mee, waarop de gever vraagt wat hij toch doet. ‘Ik probeer er met een mes dit stuk uit te krijgen.’ ‘Laat me eens zien, wat is het? O, dat? Nou, drink maar op hoor, het is niet anders dan een stukje van de kraan. De wijn zal er niet naar smaken.’ Het zekere antwoord: ‘Hm, als het er niet naar smaken zal, dat hoeft het er ook niet in te zitten en zal ik het er maar uithalen.’
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20