Hoofdtekst
Philippus de Croy, hertog van Aerschot, en Chappinus Vitellius, waeren altoos van malkanderen machtig jaeloers, ende picqueerden malkanderen waer sij konden. Op sekeren tijt, met eenige grooten ter maaltijt sijnde, viel er discours dat yder soude wenschen. Den eenen wenschte coning van Spanjen, de 2e paud, de 3e braefste overste te zijn etc. De beurt aen den heer Van Aerschot komende: ‘Et moi’, seyde hij, ‘j’aimerois bien mieux d’estre un melon.’ R. ‘Et pourquoi, monsieur?’ R. ‘A cause que Chiappin me sentiroit au cul.’
Beschrijving
Philippus van Croy en Chappinus Vitellius liggen elkaar absoluut niet en proberen elkaar dan ook te krenken en dwars te zitten waar ze maar kunnen. Als er eens een maaltijd wordt gehouden, raakt het gesprek op wat een ieder zou wensen. De ene wenste zich koning van Spanje, de ander paus, de derde staatsman enzovoort. Als De Croy aan de beurt is, zegt hij: 'Ik zou graag een meloen willen zijn.' Daarop volgt natuurlijk de vraag waarom. Hij licht toe:
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Philippus de Croy   
Chappinus Vitellius   
Naam Locatie in Tekst
Aerschot   
Spanjen (Spanje)   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
