Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER1380

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Dat groote exempel van gierigheyt, Floris Tin, smeerde een vent door haestigheyt wacker wat af, daervan hij haest berou had. Overdenckende de boete, doch moetende yets resolveren tot sijnen beste, liep [hij] regelrecht na de schout Lambert Reijnst, dien hij vroeg wat boete op sulcken feyt stont. R. ‘Ses gulden.’ Floris telden hem vier gulden en nam afscheyt. S. ‘Wel hola, Florisoom, hier moest f 6 aen boete zijn.’ R. ‘Wel, heer schout, komt daervan niet altoos een derden deel voor den aenbrenger?’

Beschrijving

Floris Tin, het toonbeeld van gierigheid, kan iemand die haast heeft wat geld ontfutselen. Later heeft hij daar toch spijt van en denkt hij na over hij dit kan oplossen, natuurlijk wel zodat hij er zelf ook nog beter van wordt. Hij gaat naar de schout, die hij de kwestie voorlegt. Hij vraagt wat de straf is voor zo'n vergrijp. Het blijkt zes gulden te zijn. Floris telt vier gulden uit en wil weer vertrekken. De schout: 'Hela maat, het moet zes gulden aan boete zijn.' Floris: 'Maar heer schout, is daarvan niet een derde altijd voor degene die het misdrijf komt melden?'

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Naam Overig in Tekst

Floris Tin    Floris Tin   

Lambert Reijnst    Lambert Reijnst   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20