Hoofdtekst
Een sage omtrent Kees den Tippelaar
In de dagen, dat Kees de Tippelaar nog leefde, en deze
langs de wegen tippelde, om te tippelen, was er een
schipper, die op Amsterdam voer en hem dikwijls zoo
's avonds en 's nachts voorbij zag gaan, zoodat hij altijd riep:
"G'n avond, mijnheer de Wit. Hoe is 't met u?"
De heer van Slangevecht deed dan altijd heel minzaam,
want hij was aller vriend, en steeds ontving hij daarvan
ook de bewijzen, gelijk allen weten, die hem hebben gekend.
"Dag, vriend! En waar gaat de reis naar toe?" Dit wist
hij heel goed. Dat hij 't vroeg, kwam van zijn vriendelijkheid:
"Naar Amsterdam, mijnheer de Wit!"
"Zoo, zoo.........naar Amsterdam?!"
'En wilt u niet op de schuit komen, mijnheer de Wit?
Varen is gemakkelijker dan loopen!"
"Voor mij niet, vriendje!" antwoordde de werldvermaarde tippelaar.
Het was op een zoelen zomeravond, dat de schipper weder
den heer van Slangevecht aanschouwde, en zijn gewone
praatje begon, dat hij al sinds onheugelijken tijd had gevoerd.
"G'n avondmijnheer de Wit! Hoe is 't met u?"
De gedaante op den weg bleef staan en staarde naar
den schipper, die eenigszins beangst werd.
"Bent u ziek, mijnheer de Wit?" De gestalte zweeg.
"Wilt u niet op de schuit komen, mijnheer de Wit?
Varen is gemakkelijker dan loopen!"
Toen, met een woesten plons, schoot de man van den wal
in het water en zeven maal zwom hij om de schuit heen, terwijl
hij wilde golven om zich heen wierp. Het leek, of de storm-
wind woei. Daarna werd alles weer rustig. Zacht klotste
het water tegen de schuit. De schipper riep luide:
"Mijnheer de Wit! Mijnheer de Wit!" Hij wist zeker,
dat deze het was geweest. Toen er echter geen antwoord
kwam, begreep hij, dat een spook hem had willen ver-
schrikken, en hij was blijde, dat hij er ditmaal zoo goed
was afgekomen.....
In de dagen, dat Kees de Tippelaar nog leefde, en deze
langs de wegen tippelde, om te tippelen, was er een
schipper, die op Amsterdam voer en hem dikwijls zoo
's avonds en 's nachts voorbij zag gaan, zoodat hij altijd riep:
"G'n avond, mijnheer de Wit. Hoe is 't met u?"
De heer van Slangevecht deed dan altijd heel minzaam,
want hij was aller vriend, en steeds ontving hij daarvan
ook de bewijzen, gelijk allen weten, die hem hebben gekend.
"Dag, vriend! En waar gaat de reis naar toe?" Dit wist
hij heel goed. Dat hij 't vroeg, kwam van zijn vriendelijkheid:
"Naar Amsterdam, mijnheer de Wit!"
"Zoo, zoo.........naar Amsterdam?!"
'En wilt u niet op de schuit komen, mijnheer de Wit?
Varen is gemakkelijker dan loopen!"
"Voor mij niet, vriendje!" antwoordde de werldvermaarde tippelaar.
Het was op een zoelen zomeravond, dat de schipper weder
den heer van Slangevecht aanschouwde, en zijn gewone
praatje begon, dat hij al sinds onheugelijken tijd had gevoerd.
"G'n avondmijnheer de Wit! Hoe is 't met u?"
De gedaante op den weg bleef staan en staarde naar
den schipper, die eenigszins beangst werd.
"Bent u ziek, mijnheer de Wit?" De gestalte zweeg.
"Wilt u niet op de schuit komen, mijnheer de Wit?
Varen is gemakkelijker dan loopen!"
Toen, met een woesten plons, schoot de man van den wal
in het water en zeven maal zwom hij om de schuit heen, terwijl
hij wilde golven om zich heen wierp. Het leek, of de storm-
wind woei. Daarna werd alles weer rustig. Zacht klotste
het water tegen de schuit. De schipper riep luide:
"Mijnheer de Wit! Mijnheer de Wit!" Hij wist zeker,
dat deze het was geweest. Toen er echter geen antwoord
kwam, begreep hij, dat een spook hem had willen ver-
schrikken, en hij was blijde, dat hij er ditmaal zoo goed
was afgekomen.....
Onderwerp
SINSAG 0475 - Spuk in Gestalt einer lebendigen Person.
  
Beschrijving
In de dagen dat Kees de Tippelaar nog leefde, en deze langs de wegen tippelde was er een schipper uit Amsterdam die dikwijls een gesprek met hem aanging. Elk gesprek verliep hetzelfde: ze zeiden elkaar gedag, praten over de reis en daarna vroeg de schipper altijd of Kees aan boord wilde komen. Op een zwoele zomeravond, toen de schipper Kees weer eens zag lopen, begon de schipper hun gewone praatje. Echter ditmaal reageerde Kees niet. Tot de schipper hem zoals gewoonlijk aan boord vroeg te komen. Toen sprong de gedaante in het water en zwom zeven maal om de boot, daarna werd alles weer rustig. De schipper wist zeker dat de gedaante Kees was geweest, en riep hem nogmaals. toen hij geen antwoord kreeg, begreep hij dat een spook hem had willen verschrikken, en was hij blij dat hij er zo goed vanaf was gekomen.
Bron
J. Cohen. Nederlandsche Sagen en Legenden II. Zutphen, 1919. p.279
Commentaar
1919
Spuk in Gestalt einer lebendigen Person
Naam Overig in Tekst
Kees de Tippelaar   
Slangevecht   
de Wit   
Naam Locatie in Tekst
Amsterdam   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
