Hoofdtekst
Het was een mensche van edel gheboerte, die hovaerdelijc oncuuschelijc ende onrechtvaerdelic leeftde, ende sterf also. Na luttel daghen daer na openbaerde hi sijnre amyen, ghehieten alyt, sittende op een helsche paert, ghewapent ende barnende als een vuer. Hi hadde enghe sporen aen sijn voeten. Die serpenten saten hem anden hals ende die padden saten hem anden mont. Doe dit wijf dit sach, wort si vervaert ende si vraechde hem waer hi waer. Hi antwoerde: ,,Ic bin verdoemt ende tone di die teikene mijnre verdoemenisse. Want ic hoverdie hadde die paerde te riden, daer om moet ic op dit helsche paert sitten, dat die duvel selve is. Ende want ic in oncuusheit leefde, so berne ic als een vuer. Ic ben also seer gheperst anden voeten mitten sporen, die ic mit hoverdie ghebruucte, dat ic liever woude daer of verlost wesen dan al die went te hebben. Want ic di ende ander wiven ghecust ende omghehelst hebbe, so worde ic, alstu sieste, mitten helschen serpenten seer bernentlic omme helst, ende mijn mont ombevanghen mit ontsprekeliken padden. Ende aldus Sel ic ewelic bernen, ende mi en is gheen hope der salicheit. Mer du, doch penitencie ende trec in een cloester, op dattu mit dusdanigher pinen niet begripen en wortste". Doe hi dit gheseit hadde, scheide hi van daer.
Beschrijving
Een hovaardig, onkuislijk en onrechtvaardig edelman sterft. Zijn vriendin Alyt krijgt op een dag een verschijning: ze ziet de man op een gruwelijk eng paard aankomen. Hij komt haar waarschuwen: dit paard is de duivel. Omdat hij altijd onkuis leefde, brandt hij voor eeuwig. Omdat hij hovaardig was, pijnigen de sporen aan zijn voeten hem nu. Omdat hij verschillende vrouwen heeft gekust, zitten er nu padden en slangen om hem heen. Hij zegt zijn lief dat zij het klooster in moet gaan om niet hetzelfde lot te moeten ondergaan.
Bron
De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle, 1953 pagina 99-100
Naam Overig in Tekst
Alyt   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
