Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DEVOOYS118 - VELE EXEMPELEN UIT BRUSSELSE HANDSCHRIFTEN XXI

Een exempel (boek), (foutieve datum)

Hoofdtekst

Exsempel. Cesarius seecht in enen bueck vander vresen gods, dat een ridder was die met geloven en wolde dat een helle was. Hi had een guet wif, die gode dienden, die hem duck vermaenden dat hi gode dienen solde. Ende hi en achten niet. Mer op een tijt doe hi noch op sinen bedde lach ende sin wijfin bedynge, quaem een stemme roepende tot sinen wyve: ,Wiltu dinen here sien? Soe come haestelicken". Ende si sach hem opgeheven mitten bedde, ende hi sprack: ,Nu weet ic dat een helle is, ende ic sie waer ic heynen sal, en wolde ic dit te voeren niet gheloven". Dese ridder had enen soen, die woenden bynnen ludick in eenn cloester. Die vasten seven jaer toe borne ende te broede, om dat hi weten wolde woe dattet mit sinen vader weer. Ende onse here en wolde sinen arbeit niet verlaeren laeten, ende seynden sinen engel tot hem, oft een clerck waer, mit enen choer clede, ende seide tot hem: ,Volch my nae. Ic sal di dinen vader toenen". Ende hi stont op ende volchden hem nae. Ende die engel gynck doer die mueren, ende hi volchden nae, ende hi was verweert. Ende si quanien buten ludick op enen groeten putte, daer een steen op lach, des hondert man niet en hadden moegen af werpen. Ende daer stonden Swarte ru[e]ke om, ende die engel gads sprack hem toe ende seide: ,,Duet af den steen, ende laet hem sinen vader sien. God die wilt". Ende die cen vogel antworden: ,,Die steen is soe swaer, woe solde men on af gedoen ?" Doe was die monyck noch meer verweert, doe die vogel sprack. Ende die engel sprack hem toe: ,,En sydt niet verweert. U en sal niet deren". Ende die engel gads sprack noch eens: ,,Duet af den steen, ende laeten sinen vader sien. God die willet !" ende si stietenen afmit hoeren becken, oft een schyve geweest had van enen potte. Ende daer quam een vuerighe vlamme wt slaen, ende sin vader quam voert, ende vraechden wie hem spreken wolde. Doe sprack die monick: ,,Vader, dat wil ic". Doe sprack die vader: ,,Soen, hoe staet die went noch, ende draecht die eerde noch vrucht ende die vrouwen kynder ?" Doe seide sin soen: ,,ja, ende seide voert: ghi en hebt niet dan seven jaer doet geweest ende die heb ic gevastet te borne ende te broede, om dat ic weten wolde waer dat ghi weert". Doe sprac die vader: ,,Dat en is niet. Ic heb bier geweest meer dan vyfdusentjaer, ende bun voel meer ghepynt, om dat gki voer my ghebeden hebt. Ende hed ic geweten dat ghi et my ghedaen hadt, ic hadde u ghemaect als stof van der sonnen, hed ic gemocht". Doe sprack die monick: ,,Vader, wildi yet dat ic doen mach?" Doe sprack sin vader: ,,ja ic. Ende ic bidde u om drie dingen: Dat een is datmen mynnen naem wt scrap wtten mysbueck, ende dat die priester niet voer my en bidde, want ic en wolde niet gheloven in der heiligher scriftueren ende daer oni en bun ic niet weert dat myn naem daer in gescreven stae. Dat ander is dat men mynen licham grave vanden kerckhave, want ic leefden op eertricken als een beeste, ende her om en behoert mynen licham niet dan mitten beesten te liggen. Dat derde is datmen niet voer my bidde, want ic en byns niet weerdich, want in mynre joncheit was ic hoverdich van leven, ende in mynen myddel oncuysche, ende in mynre altheit gierich". Ende doe bracht die engel den monick weder in sine celle.

Beschrijving

Een ridder gelooft niet in de hel. Zijn vrouw is godvruchtig en wil dat hij dat wel doet, maar hij luistert niet. Hun zoon bidt al vele jaren in het klooster om de ziel van zijn vader. De monnik krijgt op een dag een boodschap van een engel: in een put zal hij een boodschap van zijn vader te zien krijgen die reeds zeven jaar dood is.
De jongen ziet zijn vader: vader lijdt niet zeven jaar maar al vijfduizend jaar vreselijke pijniging. De vader vraagt zijn jongen drie dingen: zijn naam moet uit het boek geschrapt worden, zijn lichaam moet ergens anders begraven worden en de monnick moet niet meer voor hem bidden.
Vader heeft in zonde en ongeloof geleefd: hij is het niet waard.

Bron

De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle, 1953 pagina 102-103

Naam Overig in Tekst

Cesarius    Cesarius   

God    God   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20