Hoofdtekst
Eyn exempel. Het waren twee broederen off monicken in eyn cloester, die seer gheystelijck waren. Die eyn vanden tween, doen hij gode langhen tijt ghedient hadde, soe wart hij sieck ende starff. Mar eer hi starf, waert hij besworen van sijnen geselle, dat hij weder comen soude tot hem. Opp eynen tijt soe openbaerde hij heme sijnen levendigen broeder, ende deckte sijn herte metter hant. Doen vraichde hoem die levendige broeder van sijnen stade. Ende doen hij voele gheseit hadde vander ewigher glorien, ende hoe gedaen leven hij vercreghen hadde, doen vraichde hem die ander, waer omme hi sijne herte bedecte mit sijnre hant. Hij andwoerde: ,,Doen ick Ieefde in deser werelt, soc hadde ick altoes die gedenckenisse der passiën ons liefs heeren in mijn herte. Ende daer omme heeft onse heer god in mijn herte geset alsoe blynckenden, duerbaeren steyn, datten egheyn oghe der menschen en soude moeghen lijden. Ende daer omme soe decke icken mitter hant, op dattu dijn ghesichte nyet verliesen en soudes, als ghijne aensaecht". Daer vercreych die levendige monnick mit voele biddens dat hij doch den dierbaren steyn mit eynre oeghen sien mochte. Ende doe hijne ghesien hadde, verloes hij te hant sijne eyne oeghe. Nochtan gebruycte hij soe grote zueticheit int aensien des duerbaren steyns, dat hij hem ynnichlick bat dat hij hem den duerbaren steyn woude noch laten sien mitten anderen oeghen. Inden welken men merken mach hoe groot dat die ewighe genoechte is, om welcks corte gebrukinghe die monick gherne verloren hadde beyde sijne oeghen
Beschrijving
Er waren eens twee godsvruchtige monniken. Toen een van hen stierf, bezwoor deze dat hij ooit weer terug zou komen bij zijn gezel. En zo gebeurde het dat hij zich op een dag openbaarde aan zijn broer. Hij bedekte daarbij wel zijn hart met zjn hand. Toen de levende broeder hem vroeg waarom dat was, zei de overleden vrome man dat hij tijdens zijn leven altijd de gedachte aan de passie van Onze Lieve Heer in zijn hart had gehad. Daarom heeft de Heer een blinkende steen in zijn hart gelegd, die zo straalt, dat een sterveling blind wordt bij het aanzien ervan. De levende broeder kan echter een verlangen om de steen toch te mogen zien, niet onderdrukken. Hij kijkt met een oog, zodat hij hieraan het gezichtsvermogen verliest. Toch kijkt hij ook nog met het andere oog en wordt volledig blind. Zo groot is het eeuwige genoegen, dat deze monnik zelfs voor korte deelname eraan zijn ogen ervoor wilde opofferen.
Bron
De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle, 1953 pagina 105
Naam Overig in Tekst
Heer   
Onze Lieve Heer   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
