Hoofdtekst
Ook bij Nijenklooster is zulk een wonder. Onze nauwgezette beschrijver zegt nauwkeurig, hoe hij het bevonden heeft. (Kremer, 2e druk, 359.)
'Nog eenmaal gingen wij den ouden kloosterput of de kom bezigtigen, die zich op de hoogte der terp of wierde van Nijenklooster bevindt. De grootste breedte der kom bedraagt 22 ellen; dezelve is met steenen in den kant gevloerd tot aan den mond van den put, welke rond is uitgegraven; boven heeft deze put de wijdte van 15 voeten in doorsnede en in het midden van omtrent 10 voeten, maar vervolgens wordt hij naauwer, zoodat er beneden op de diepte van 30 voeten niet meer ruimte is, dan dat er een man in konde staan te werken. In 1802 heeft men denzelven tot op deze diepte uitgegraven; de grond bleef verder nog los of week; men sloeg er een ponter in, maar hij werd er door het water weder uitgedreven: de gravers moesten het werk nu staken. Het werk is zoo volmaakt rond, alsof de put geboord is: deszelfs wanden zijn hecht en vast, schoon niet van steen of hout gebouwd. Het water staat er altijd boven het maaiveld en thans (den 24sten April 1836) nog 2 ellen en 5 palmen hoog, en met den vlakken grond der hooge wierde gelijk. Al zijn de slooten in den ganschen omtrek ook geheel droog, die toch 4 voeten diep in het maaiveld liggen, dan zelfs nog staat het water 18 palmen boven het maaiveld. Bij regenachtig weder, daarentegen, loopt de kom over en het water stroomt over het land. Dit water is ongemeen zuiver en voor het gebruik in de huishouding en in het boerenbedrijf zeer geschikt. Dit zoo geheel ongewoon en vrij onbekend verschijnsel in onze effen landstreek wekte opnieuw onze verwondering op. Zoo zorgde men toen destijds voor versch en zuiver water bij de gedurige doorbraken der dijken."
Ja, ja, hij mag graag vertellen van die oudem dingen, die hem zo aantrekken. Maar hij geeft er een verstandige uitleg van. Het volk vertelt anders!
'Nog eenmaal gingen wij den ouden kloosterput of de kom bezigtigen, die zich op de hoogte der terp of wierde van Nijenklooster bevindt. De grootste breedte der kom bedraagt 22 ellen; dezelve is met steenen in den kant gevloerd tot aan den mond van den put, welke rond is uitgegraven; boven heeft deze put de wijdte van 15 voeten in doorsnede en in het midden van omtrent 10 voeten, maar vervolgens wordt hij naauwer, zoodat er beneden op de diepte van 30 voeten niet meer ruimte is, dan dat er een man in konde staan te werken. In 1802 heeft men denzelven tot op deze diepte uitgegraven; de grond bleef verder nog los of week; men sloeg er een ponter in, maar hij werd er door het water weder uitgedreven: de gravers moesten het werk nu staken. Het werk is zoo volmaakt rond, alsof de put geboord is: deszelfs wanden zijn hecht en vast, schoon niet van steen of hout gebouwd. Het water staat er altijd boven het maaiveld en thans (den 24sten April 1836) nog 2 ellen en 5 palmen hoog, en met den vlakken grond der hooge wierde gelijk. Al zijn de slooten in den ganschen omtrek ook geheel droog, die toch 4 voeten diep in het maaiveld liggen, dan zelfs nog staat het water 18 palmen boven het maaiveld. Bij regenachtig weder, daarentegen, loopt de kom over en het water stroomt over het land. Dit water is ongemeen zuiver en voor het gebruik in de huishouding en in het boerenbedrijf zeer geschikt. Dit zoo geheel ongewoon en vrij onbekend verschijnsel in onze effen landstreek wekte opnieuw onze verwondering op. Zoo zorgde men toen destijds voor versch en zuiver water bij de gedurige doorbraken der dijken."
Ja, ja, hij mag graag vertellen van die oudem dingen, die hem zo aantrekken. Maar hij geeft er een verstandige uitleg van. Het volk vertelt anders!
Onderwerp
TM 2607 - De bodemloze put of poel   
Beschrijving
Een bodemploze put in een droog gebied wordt opgegraven en die geeft nog altijd zuiver water.
Bron
Laan, K. ter. Groninger overleveringen. Zutphen, 1930. p. 73
Commentaar
1839
De bodemloze put of poel
Naam Overig in Tekst
Jukwerd   
Romerswerf   
Rozenkamp   
rosarum   
Nijenklooster.   
Naam Locatie in Tekst
Campus   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
