Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DEVOOYS131 - VIER EXEMPELEN UIT WEENSE HANDSCHRIFTEN III

Een exempel (boek), (foutieve datum)

Hoofdtekst

E[e]n maghet castijdde haer lichame soe stringhelijc met vasten, waken ende beden, dat si gheacht was voer een santinne. Het gheviel dat si siec wert toter doot, ende biechtte haer ieghen eenen devoten priester, die harer inwindegher hooverdicheyt niet ghewaer en wort. Het gheviel dat si sterf ende openbaerde hem groot ende vervarelijc, ende seyde, dat si ghelevert was ten helschen viere met onvertelliken duvelen ende metten ghenen die diepst laghen verdoemt om ewelijc ghepinicht te wesen, sprac si. om mijnder ydelheyt wile ende mijn gheestelike hooverdie ende mijns selfs behaghen, want ic en achtte gheenen mensche mijns ghelijc, maer ic verhief mi boven hen allen, ende achtte de ander minder dan mi, ende versmaeddese. Ende daer om salic inden afgront der hellen dalen, daer ic nemmermeer wt verlost werden en mach. Want al waert sake dat de zee al wt ware ghedroogt ende haren gront al met oelsade vervult tot boven toe, quame dan een cleyn voghelken ende name alle iare maer een graenken daer ave, mochtic behouden werden ten lesten, als si weder idel ware, ic soude daren tusschen alle pinen der hellen willen liden. Maer dat en mach niet sijn, want inde helle en es gheen verlossinghe, daer ic nemmermeer wt en come.

Beschrijving

Een meisje kastijdt haar lichaam zo naarstig, dat iedereen haar voor een heilige aanziet. De priester die haar voor haar dood de biecht afneemt, weet niet dat zij inwendig hovaardig was. In een visioen dat hij later van haar krijgt, vertelt zij dat zij in de hel is terechtgekomen, vanwege haar innerlijke trots en omdat zij meende beter te zijn dan anderen. Zij zal niet verlost raken uit de hel. Ook niet als een vogeltje alle zaadjes uit een oceaan van maanzaad heeft weggepikt.

Bron

De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle, 1953 pagina 116-117

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20