Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DEVOOYS132 - VIER EXEMPELEN UIT WEENSE HANDSCHRIFTEN IV

Een exempel (boek), (foutieve datum)

Hoofdtekst

Daer wert eens eenen broeder gesonden om boter te coopen en comende met de boter voorby een schare boeren, die al ront dansten, meynende dat sy penetentie deden, dacht: ,,Ick wil mede doen" en namp syn boter en stack die tussen syn cappe op sijn borst, en begost soo mede te dansen. Het dansen gedaen synde, ginck naert clooster. Den abt vraechden hem: ,,Broeder, waer hebt gy soo lange geweest ?" Hy antworde: ,,Vader, vergevet my, ick sach de menschen met sulckenen iver penitentie doen, en ick heb mede gedaen". Den abt seyde: ,Waer hebt gy u boter gelaten?" En treckende die wt synen boesem, was verandert in een schoon crucifix, dat noch bewaert wort.

Beschrijving

Een broeder moet boter halen. Onderweg komt hij een groep dansende boeren tegen, waarvan de broeder denkt dat zij penitentie aan het doen zijn. Hij steekt de boter in zijn zak en gaat meedoen. Thuisgekomen in het klooster vraagt de abt waar de monnik zo lang gebleven is. De broeder vertelt wat hij heeft gedaan. Als hem wordt gevraagd naar de boter, haalt hij plotseling uit zijn zak een crucifix, die nog steeds bewaard wordt.

Bron

De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle, 1953 pagina 117

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20