Hoofdtekst
'Veel gelucks, buyrman, wanneer is uw wijf verlost?' R. 'Eergisteren avond ten 10 uyren.' R. 'Wat heeft se jongs, een dochter?' R. 'Neen, al vrij beter.' R. 'Wel, dat's treffelijck, veel geluckx dan met een jonge soon.' R. 'Oock niet, al vrij beter.' R. 'Wat d[uivel] is bet dan, een monster? Het kan immers niet beter wesen.' 'Het doet al, het is een dogter die doot ter werelt is gekomen.'
Beschrijving
'Wanneer is uw vrouw bevallen?'
'Gisteravond om tien uur.'
'Is het een dochter?'
'Nee, veel beter.'
'Ah, veel geluk dan met uw zoon!'
'Nee, nog veel beter.'
'Wat is het dan? Een monster? Het kan toch niet beter wezen?'
'Het is alles: het is een doodgeboren dochter.'
'Gisteravond om tien uur.'
'Is het een dochter?'
'Nee, veel beter.'
'Ah, veel geluk dan met uw zoon!'
'Nee, nog veel beter.'
'Wat is het dan? Een monster? Het kan toch niet beter wezen?'
'Het is alles: het is een doodgeboren dochter.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
derde kwart 17e eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20