Hoofdtekst
Den ouden Ary Wilemsz. Wittert begon in sijn leste vrij wat te natten, dies hem de docter somtijts een reprimende gaf. 't Gebeurde eens dat hij vrij wat gebesoigneert had, ende noch met de kan in de hant sat, dat de docter quam. Hij hem aen sijn tret kennende stolpte de kan onder sijn japanse rock. De docter die nergens van wist, taste hem de pols. 'Mijnheer', seyde hij, 'gij hebt mijn les niet in acht genomen.' R. 'Och, ik doe, ik ben vandaeg heel sober geweest.' R. 'Gij mogt de droes geweest zijn, vader, gij hebt immers sulcken lengte van wijn ingeswolgen.' Hij taste van boosheyt na sijn verborge kan, die hij voor den dagh haelde seggende: 'Hout uw backhuys, Jan, of ik bruy u met de kan op de kop.'
Beschrijving
De oude Ary Wilemsz. Wittert dronk regelmatig, waarvoor de dokter hem wel eens berispte. Op een dag toen hij net veel had gedronken, hoorde hij de dokter aankomen en borg vlug de kan onder zijn kimono. De dokter tastte zijn pols en begreep dat de man zich niet aan zijn raad gehouden had. Toen de dokter hem dat zei, werd de man kwaad, haalde de kan te voorschijn en dreigde de dokter ermee voor de kop te slaan.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
derde kwart 17e eeuw
Naam Overig in Tekst
Ary Wilemsz. Wittert   
Jan   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
