Hoofdtekst
Als men in een geselschap seyde dat de vrouwen alle dingen beter in promtie deeden en seyden, als langh daerover sigh bedagt te hebben, de mans daertegens selden yets goets uytwerckten als met rijpen ende voorbedagten raet, wiert er de reden afgevraegt, daer verscheyden reden over vielen. Ondertusschen quam daer een gaeuw man in, die sij de veersen van Franciscus Petrarcha (die dese eygenschappen van vrouwen en mannen beschrijft) voorhielden ende hem met eenen de reden daervan vroegen. R. 'Wet vrienden, gij segt immers selfs dat mannen om yets goets te seggen ofte te doen tijt en beraet nodig hebben. Vergeeft het mu dan oock dat ik u heden niet antwoorde, opdat ik door schielijckheyt niet en misse.'
Beschrijving
Bij een discussie in een gezelschap wordt de vraag opgeworpen of vrouwen dingen bedachtzamer doen dan mannen. Een man worden verzen van Petrarca, die de eigenschappen van mannen en vrouwen beschrijven, voorgehouden en er wordt hem om de reden gevraagd. Waarop de man zegt: 'u zegt zelf dat mannen om iets goeds te zeggen, tijd en beraad nodig hebben. Daarom antwoord ik nog niet.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
derde kwart 17e eeuw
Naam Overig in Tekst
Franciscus Petrarca   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
