Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KEMP190 - Van toovenaars: De vliegende koets

Een sage (boek), 1925

Hoofdtekst

DE VLIEGENDE KOETS.

De pastoor van Spaubeek reed op een avond van Maeseyck naar huis. Toen hij tusschen de Maas en Roosteren klaagde over de lange nachtreis, zeide hem Jan, de koetsier, wien dat nutteloos klagen verveelde: ,Heer pastoor, zoo ge vlugger wilt thuis zijn, zet u dan maar met den rug naar mij gekeerd in het rijtuig en zie dan niet om, anders breken we allebei den nek." De herder liet zich gezeggen, keerde den rug naar den koetsier kneep de oogen dicht en enkele minuten later stonden paard, rijtuig en beide reizigers voor de pastorie van Spaubeek.
Jan ging naar het naburige Geleen, waar hij woonde, en de onthutste pastoor, die begreep met welken vreemdsoortigen koetier hij te doen had, bracht een rusteloozen nacht door. Hij beproefde alles om naderhand Jan te bekeeren, waarin hij volgends de legende tenslotte ook slaagde.

Beschrijving

Een pastoor moppert tijdens een koetsrit over de lange nachtreis. De koetsier Jan zegt echter dat hij snel thuis zal zijn als de pastoor zich omdraait. En dan zijn ze plotseling bij de pastorie. De pastoor begrijpt met welke vreemdsoortige koetsier hij van doen heeft en besluit hem te bekeren, waar hij volgens de legende ook nog in geslaagd is.

Bron

Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.

Commentaar

1925
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van toovenaars'.

Naam Overig in Tekst

Jan    Jan   

Naam Locatie in Tekst

Spaubeek    Spaubeek   

Maeseyck    Maeseyck   

Maas    Maas   

Roosteren    Roosteren   

Geleen    Geleen   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20