Hoofdtekst
De behekste weg
Het was in de tijd dat de zeep zo duur was en dat er uit België heel wat zeep naar Nederland werd gesmokkeld.
Een zeepzieder te Maastricht had met die bedoeling ook een van zijn werklieden, een voerman, met een kar naar België gestuurd en de voerman begaf zich 's nachts op weg. In de nabijheid van de Belgische grens gekomen, kreeg zijn paard plotseling de kar bijna niet meer vooruit. Toen hij omkeek om te zien wat er haperde, zag hij een oud wijf achter op de kar zitten.
'Gauw eraf!' riep hij en sloeg naar haar met de zweep.
Het oude wijf lachte eens hi-hi-hi, en dreigde met haar vinger.
De voerman begon echter een deuntje te fluiten en reed door. Hij was juist aan een grote poel die midden in het veld lag.
Het verwonderde hem wel, dat hij niet op de plaats van zijn bestemming kwam, want ofschoon hij toch altijd rechtdoor reed, bleef hij maar altijd langs dat water. Hij wist niet eens meer waar hij was. Toen de schemering heel even in het oosten klaarde, sloeg hij zijn blikken naar het firmament en zeide: 'Maar, goede God, zie ik dan geen uitkomst.'
Nauwelijks had hij dit gezegd of hij wist waar hij zich bevond, en toen hij omkeek, zag hij de heks tussen de wielen van de kar uit wegvliegen.
Het was in de tijd dat de zeep zo duur was en dat er uit België heel wat zeep naar Nederland werd gesmokkeld.
Een zeepzieder te Maastricht had met die bedoeling ook een van zijn werklieden, een voerman, met een kar naar België gestuurd en de voerman begaf zich 's nachts op weg. In de nabijheid van de Belgische grens gekomen, kreeg zijn paard plotseling de kar bijna niet meer vooruit. Toen hij omkeek om te zien wat er haperde, zag hij een oud wijf achter op de kar zitten.
'Gauw eraf!' riep hij en sloeg naar haar met de zweep.
Het oude wijf lachte eens hi-hi-hi, en dreigde met haar vinger.
De voerman begon echter een deuntje te fluiten en reed door. Hij was juist aan een grote poel die midden in het veld lag.
Het verwonderde hem wel, dat hij niet op de plaats van zijn bestemming kwam, want ofschoon hij toch altijd rechtdoor reed, bleef hij maar altijd langs dat water. Hij wist niet eens meer waar hij was. Toen de schemering heel even in het oosten klaarde, sloeg hij zijn blikken naar het firmament en zeide: 'Maar, goede God, zie ik dan geen uitkomst.'
Nauwelijks had hij dit gezegd of hij wist waar hij zich bevond, en toen hij omkeek, zag hij de heks tussen de wielen van de kar uit wegvliegen.
Beschrijving
Een zeepzieder stuurt een voerman naar België. Onderweg gaat er een oude vrouw op de kar zitten en wil niet weggaan. De koopman rijdt door, maar hij verdwaalt hopeloos. Hij blijft maar langs dezelfde plek rijden, terwijl hij steeds rechtdoor gaat. Als hij roept 'Goede God, zie ik dan geen uitkomst', ziet hij prompt de heks tussen de wielen van de kar door wegvliegen.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van heksen en maren'.
Naam Overig in Tekst
God   
Naam Locatie in Tekst
België   
Nederland   
Maastricht   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
