Hoofdtekst
De duivel te erg
Het volgende werd verteld ten name van een heks uit Meerssen: Daar leefde eens een koppel (man en vrouw) zo gelukkig, dat zelfs de duivel alles beproefde om ze ongelukkig te maken. Hij zag al spoedig in, het niet te kunnen.
Tot die heks op zekere dag bij hem kwam en beweerde dat zij het kon. 'Wel!' antwoordde de duivel blij, 'als jij dat kunt, krijg je van mij een klomp goud!' De heks nam het aan.
Zij zocht nu in gesprek te komen met de man die zo gelukkig leefde met zijn vrouw, en begon hem te prijzen: 'Wat zijt gij toch maar gelukkig? Wat hebt gij toch een goede vrouw! zo een vrouw is er één uit de duizend! Als alle mannen zulke vrouwen hadden, was de wereld een paradijs! Maar ge moet toch maar goed oppassen en voorzichtig zijn; ge weet, ik kan ook nog wat anders dan brood eten. 't Is daarom, dat ik naar u toekom. Ik kom u waarschuwen, pas toch op, want het is mij bekend dat u vrouw u om het leven wil brengen.'
'Mij om het leven wil brengen?' riep de man lachend uit.
'Ja, lach maar niet! Zij wil u om het leven brengen. En tot teken dat ik de waarheid spreek, zeg ik u, dat zij met een scheermes zal komen om u de hals af te snijden. Houdt u daarom vannacht of gij slaapt en blijf goed wakker, dan zult gij het zien!'
Toen de man zich op zijn werk bevond, kwam de heks ook naar de vrouw, die zo gelukkig was met haar man en begon haar te prijzen, haar zeggende: 'Wat zijt gij toch een gelukkige vrouw, die zo een goede man hebt!'
'Zeg dat wel,' meende de vrouw, gevleid dat haar man zo geprezen werd.
'Als gij hem nu nog drie haren van zijn kruin wist te scheren, zal hij nog beter worden,' raadde de heks.
'Zoudt gij menen?' vroeg de goede ziel.
'Dat zou ik denken! Kijk maar eens naar die en die. Hoe verstonden die zich eerst? Als kat en hond! En nu? Die heb ik dat ook geraden en nu zijn ze maar wat gelukkig!'
'Het zou zich laten proberen,' zei de gelukkige vrouw tegen het gemene wijf, toen dat het huis verliet.
De man wachtte met spanning de nacht af. Hij had alle moeite om wakker te blijven, maar het lukte toch. Na lang wachten ziet hij werkelijk zijn vrouw komen, met een scheermes in de hand. 'Zou dat wijf nog gelijk hebben?' vroeg hij zich af. Hij hield zich nog goed, tot zijn vrouw voor het bed stond, zodra zij met het open scheermes naar zijn kruin reikte om de drie haartjes af te scheren, meende hij werkelijk dat ze hem wilde vermoorden. Hij sprong recht, trok haar het scheermes uit de hand en eer zij nog enige opheldering geven kon, sneed hij haar -in zijn blinde woede, zo door haar te zijn behuicheld - de hals af.
Toen de heks de volgende nacht de duivel weer ontmoette en hem het gebeurde wilde verhalen, riep hij haar al tegen: 'Ik weet het al! Hier is je beloning!' Meteen reikte hij haar een klomp goud aan met een tang, want zo een sluw en gemeen wijf, dat meer kon dan hem zelf gelukte, hield hij liefst op een afstand. Daar was hij ook bang voor.
Het volgende werd verteld ten name van een heks uit Meerssen: Daar leefde eens een koppel (man en vrouw) zo gelukkig, dat zelfs de duivel alles beproefde om ze ongelukkig te maken. Hij zag al spoedig in, het niet te kunnen.
Tot die heks op zekere dag bij hem kwam en beweerde dat zij het kon. 'Wel!' antwoordde de duivel blij, 'als jij dat kunt, krijg je van mij een klomp goud!' De heks nam het aan.
Zij zocht nu in gesprek te komen met de man die zo gelukkig leefde met zijn vrouw, en begon hem te prijzen: 'Wat zijt gij toch maar gelukkig? Wat hebt gij toch een goede vrouw! zo een vrouw is er één uit de duizend! Als alle mannen zulke vrouwen hadden, was de wereld een paradijs! Maar ge moet toch maar goed oppassen en voorzichtig zijn; ge weet, ik kan ook nog wat anders dan brood eten. 't Is daarom, dat ik naar u toekom. Ik kom u waarschuwen, pas toch op, want het is mij bekend dat u vrouw u om het leven wil brengen.'
'Mij om het leven wil brengen?' riep de man lachend uit.
'Ja, lach maar niet! Zij wil u om het leven brengen. En tot teken dat ik de waarheid spreek, zeg ik u, dat zij met een scheermes zal komen om u de hals af te snijden. Houdt u daarom vannacht of gij slaapt en blijf goed wakker, dan zult gij het zien!'
Toen de man zich op zijn werk bevond, kwam de heks ook naar de vrouw, die zo gelukkig was met haar man en begon haar te prijzen, haar zeggende: 'Wat zijt gij toch een gelukkige vrouw, die zo een goede man hebt!'
'Zeg dat wel,' meende de vrouw, gevleid dat haar man zo geprezen werd.
'Als gij hem nu nog drie haren van zijn kruin wist te scheren, zal hij nog beter worden,' raadde de heks.
'Zoudt gij menen?' vroeg de goede ziel.
'Dat zou ik denken! Kijk maar eens naar die en die. Hoe verstonden die zich eerst? Als kat en hond! En nu? Die heb ik dat ook geraden en nu zijn ze maar wat gelukkig!'
'Het zou zich laten proberen,' zei de gelukkige vrouw tegen het gemene wijf, toen dat het huis verliet.
De man wachtte met spanning de nacht af. Hij had alle moeite om wakker te blijven, maar het lukte toch. Na lang wachten ziet hij werkelijk zijn vrouw komen, met een scheermes in de hand. 'Zou dat wijf nog gelijk hebben?' vroeg hij zich af. Hij hield zich nog goed, tot zijn vrouw voor het bed stond, zodra zij met het open scheermes naar zijn kruin reikte om de drie haartjes af te scheren, meende hij werkelijk dat ze hem wilde vermoorden. Hij sprong recht, trok haar het scheermes uit de hand en eer zij nog enige opheldering geven kon, sneed hij haar -in zijn blinde woede, zo door haar te zijn behuicheld - de hals af.
Toen de heks de volgende nacht de duivel weer ontmoette en hem het gebeurde wilde verhalen, riep hij haar al tegen: 'Ik weet het al! Hier is je beloning!' Meteen reikte hij haar een klomp goud aan met een tang, want zo een sluw en gemeen wijf, dat meer kon dan hem zelf gelukte, hield hij liefst op een afstand. Daar was hij ook bang voor.
Beschrijving
Zelfs de duivel kan dit gelukkig koppel uit Meerssen niet ongelukkig maken! Maar een sluwe vrouw sluit een weddenschap met hem om een klomp goud. Ze slaagt er wonderwel in om met een gemene list ervoor te zorgen dat de man de vrouw ombrengt.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van heksen en maren'.
Naam Overig in Tekst
Duivel   
Naam Locatie in Tekst
Meerssen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
