Hoofdtekst
Een heks zet karren vast
Een boer uit Sibbe had een vracht aardappelen of fruit naar Valkenburg 'gevaren' en reed nu weer met zijn lege kar met twee paarden naar huis, de Sibberberg op. Plotseling bleven de paarden met de kar staan. Zij waren niet meer vooruit te krijgen. Of hij de dieren al zweepte, sloeg of aan de leidsels trok, ze bleven staan. Toevallig passeerde de pastoor van Sibbe en zag dat gehaspel aan.
Wat is hier te doen?' vroeg hij. 'Wel, de paarden willen niet meer vooruit!' antwoordde de boer. 'Maar zie je dan niet, dat er tussen elk paar spijken van de wielen een duivel zit!' wees de pastoor.
Een vijftig meter verder woonde een oud wijf, dat de naam had een heks te zijn. Deze stond juist aan haar deur en keek naar de kar en de paarden.
Toen begon de pastoor te bidden uit een boekje dat hij bij zich droeg, en nadat hij een tijdje had gebeden, vlogen de duivelen tussen de spaken van de wielen uit. De paarden konden nu met de kar wel de berg oprennen, en de heks was ook voor haar deur verdwenen.
Op een andere keer kwam er een voerman van Valkenburg met een lege kar en reed de Heitgracht op. Daar stond de heks, die hout had gesprokkeld, en vroeg om de takkebos op de kar te mogen leggen.
De voerman, die haar kende en wist met wie hij te doen had, weigerde dit.
'O zo, je wilt me de bos niet op de kar laten leggen! Dan zal ik je wel krijgen!' dreigde zij.
Nog niet twintig meter verder of de kar stond stil. De verwoede voerman liep het wijf dat op de loop was gegaan, nu met de zweep na en haalde haar in. Maar toen het wijf de kar niet meer kon zien, zette het paard vanzelf aan en reed de kar weer ongehinderd door.
Een boer uit Sibbe had een vracht aardappelen of fruit naar Valkenburg 'gevaren' en reed nu weer met zijn lege kar met twee paarden naar huis, de Sibberberg op. Plotseling bleven de paarden met de kar staan. Zij waren niet meer vooruit te krijgen. Of hij de dieren al zweepte, sloeg of aan de leidsels trok, ze bleven staan. Toevallig passeerde de pastoor van Sibbe en zag dat gehaspel aan.
Wat is hier te doen?' vroeg hij. 'Wel, de paarden willen niet meer vooruit!' antwoordde de boer. 'Maar zie je dan niet, dat er tussen elk paar spijken van de wielen een duivel zit!' wees de pastoor.
Een vijftig meter verder woonde een oud wijf, dat de naam had een heks te zijn. Deze stond juist aan haar deur en keek naar de kar en de paarden.
Toen begon de pastoor te bidden uit een boekje dat hij bij zich droeg, en nadat hij een tijdje had gebeden, vlogen de duivelen tussen de spaken van de wielen uit. De paarden konden nu met de kar wel de berg oprennen, en de heks was ook voor haar deur verdwenen.
Op een andere keer kwam er een voerman van Valkenburg met een lege kar en reed de Heitgracht op. Daar stond de heks, die hout had gesprokkeld, en vroeg om de takkebos op de kar te mogen leggen.
De voerman, die haar kende en wist met wie hij te doen had, weigerde dit.
'O zo, je wilt me de bos niet op de kar laten leggen! Dan zal ik je wel krijgen!' dreigde zij.
Nog niet twintig meter verder of de kar stond stil. De verwoede voerman liep het wijf dat op de loop was gegaan, nu met de zweep na en haalde haar in. Maar toen het wijf de kar niet meer kon zien, zette het paard vanzelf aan en reed de kar weer ongehinderd door.
Onderwerp
SINSAG 0539 - Hexe bannt an den Platz
  
Beschrijving
Een voerman wordt bij het berijden van zijn kar lastig gevallen door een heks die zijn wagen doet op houden.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van heksen en maren'.
Hexe bannt an den Platz
Naam Overig in Tekst
Sibberberg   
Naam Locatie in Tekst
Sibbe   
Valkenburg   
Heitgracht   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
