Hoofdtekst
De vee-ranselaar
Bij een melkboer op de Hogebrugstraat te Wijk-Maastricht werden de koebeesten herhaaldelijk 's nachts tussen twaalf en een afgeranseld. Er was niet te zien wie dat deed, maar wie het waagde zich binnen dat uur te verschuilen in de stallen, hoorde de slagen op de lijven van, de dieren kletsen.
Ten einde raad ging de boer naar een priester. Deze begaf zich op het spookuur in de stal en trachtte de geest te verbannen. De geest weigerde te vertrekken, zeggende: 'Hoe wilt gij mij verdrijven van deze plaats, waar gij zelf niet deugt!'
Dat zult gij mij goedmaken!' eiste de priester.
'Wel dan!' antwoordde de geest. 'Toen gij nog een kwajongen waart, hebt gij daar en daar in het veld een wortel uit de grond gehaald en opgegeten!'
'Ik beken, dat het waar is, maar ik heb ook berouw gehad en twee centen, dat was de waarde van de wortel, op de plaats gelegd, waar ik hem had weggenomen!'
'Dat is zo, maar de eigenaar zelf heeft die twee centen nooit in handen gekregen!'
En de priester kon doen wat hij wilde, hij kon de geest niet verdrijven. Hij raadde de boer aan voor de volgende nacht een andere geestelijke te bestellen.
De tweede priester kwam en op deze wist de geest niets aan te merken. De priester verbande hem nu voor honderd jaar achter een muur in een tuin. Daar verblijft de geest en kort zich de tijd met te zitten lezen in een boek, dat tussen twee brandende kaarsen op een tafel ligt.
Bij een melkboer op de Hogebrugstraat te Wijk-Maastricht werden de koebeesten herhaaldelijk 's nachts tussen twaalf en een afgeranseld. Er was niet te zien wie dat deed, maar wie het waagde zich binnen dat uur te verschuilen in de stallen, hoorde de slagen op de lijven van, de dieren kletsen.
Ten einde raad ging de boer naar een priester. Deze begaf zich op het spookuur in de stal en trachtte de geest te verbannen. De geest weigerde te vertrekken, zeggende: 'Hoe wilt gij mij verdrijven van deze plaats, waar gij zelf niet deugt!'
Dat zult gij mij goedmaken!' eiste de priester.
'Wel dan!' antwoordde de geest. 'Toen gij nog een kwajongen waart, hebt gij daar en daar in het veld een wortel uit de grond gehaald en opgegeten!'
'Ik beken, dat het waar is, maar ik heb ook berouw gehad en twee centen, dat was de waarde van de wortel, op de plaats gelegd, waar ik hem had weggenomen!'
'Dat is zo, maar de eigenaar zelf heeft die twee centen nooit in handen gekregen!'
En de priester kon doen wat hij wilde, hij kon de geest niet verdrijven. Hij raadde de boer aan voor de volgende nacht een andere geestelijke te bestellen.
De tweede priester kwam en op deze wist de geest niets aan te merken. De priester verbande hem nu voor honderd jaar achter een muur in een tuin. Daar verblijft de geest en kort zich de tijd met te zitten lezen in een boek, dat tussen twee brandende kaarsen op een tafel ligt.
Onderwerp
SINSAG 0410 - Der gebannte Geist.
  
Beschrijving
Een priester kan een geest die koeien slaat in een stal, niet verjagen, omdat de priester zelf vroeger wortels had gestolen. Een tweede, deugdzamere priester slaagt er wel in en verbant het spook voor honderd jaar achter een muur in een tuin, waar hij de tijd doodt met het lezen van een boek, dat tussen twee kaarsen op tafel ligt.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van spoken'.
Der gebannte Geist.
Naam Overig in Tekst
Wijk-Maastricht   
Naam Locatie in Tekst
Hogebrugstraat   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
