Hoofdtekst
De spookkamer
Op de oude Hoost onder Echt, een alleenstaande hoeve, kwamen verscheidene leden van het naaste gehucht kaartspelen.
Op zekere avond weer gemoedelijk rond de oude eikenhouten tafel gezeten, bij het schamele licht van een tuitlamp, werden de kaartspelers plots overvallen door woeste mannen met zwartgemaakte gezichten. De tuitlamp werd omgeslagen en in het donker volgde een worsteling die eindigde met een kreet als van een dodelijk gewonde.
De bandieten vluchtten onder de uitroep: 'Nelis, wij zijn gewroken!'
Toen men het licht opstak, vond men een der boeren dood onder de tafel liggen: een dolksteek door zijn hart. Boer Nelis schrok, want om hem was het te doen geweest. Maar de bandieten hadden zijn broeder onschuldig vermoord.
Van die tafel was het bloed niet af te wassen. Zij werd als niet meer bruikbaar op een kamer gezet, waarop zelden iemand kwam en waarvan de deur steeds gesloten bleef.
Nog vaak na die avond hoorden de bewoners de weergalm van de doodskreet en zuchten.
Sinds werd de kamer waar de geest van de onschuldig vermoorde huisde, niet meer betreden en de deur dichtgespijkerd. De mensen wezen er naar en noemden het de spookkamer.
Op de oude Hoost onder Echt, een alleenstaande hoeve, kwamen verscheidene leden van het naaste gehucht kaartspelen.
Op zekere avond weer gemoedelijk rond de oude eikenhouten tafel gezeten, bij het schamele licht van een tuitlamp, werden de kaartspelers plots overvallen door woeste mannen met zwartgemaakte gezichten. De tuitlamp werd omgeslagen en in het donker volgde een worsteling die eindigde met een kreet als van een dodelijk gewonde.
De bandieten vluchtten onder de uitroep: 'Nelis, wij zijn gewroken!'
Toen men het licht opstak, vond men een der boeren dood onder de tafel liggen: een dolksteek door zijn hart. Boer Nelis schrok, want om hem was het te doen geweest. Maar de bandieten hadden zijn broeder onschuldig vermoord.
Van die tafel was het bloed niet af te wassen. Zij werd als niet meer bruikbaar op een kamer gezet, waarop zelden iemand kwam en waarvan de deur steeds gesloten bleef.
Nog vaak na die avond hoorden de bewoners de weergalm van de doodskreet en zuchten.
Sinds werd de kamer waar de geest van de onschuldig vermoorde huisde, niet meer betreden en de deur dichtgespijkerd. De mensen wezen er naar en noemden het de spookkamer.
Onderwerp
SINSAG 1128 - Unausloschliche Blutflecken.   
Beschrijving
Het bloed van een onschuldig vermoorde man is niet van de tafel weg te wassen. De tafel wordt in een kamer gezet en die kamer wordt voorgoed afgesloten. Nog vaak na die avond hoorden de bewoners de weergalm van de doodskreet en zuchten. De mensen noemden het de spookkamer.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van spoken'.
Unausloschliche Blutflecken.
Naam Overig in Tekst
Hoost   
Nelis   
Naam Locatie in Tekst
Echt   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
