Hoofdtekst
Het doornenbos
Een boer uit Meerssen was naar Itteren gegaan, om daar wat klein vee te kopen. Het was al avond. Eer hij naar huis ging, had hij in een herberg nog met de pachter van Meerssenhoven gesproken. Om zijn weg te verkorten, sprong hij over een greppel en begon rechttoe naar huis te lopen. Die weg was hij op die manier wel honderd maal gegaan.
Plotseling stond hij voor een bosch en moest hij de handen voor de ogen houden om zich tegen de doornen te beschermen. Hij meende verdwaald te zijn, veranderde van richting, maar liep ook naar die kant tegen de doornen op. Zo ging het hem naar alle kanten. Hij wist geen weg meer en tafelde nog wat in het rond, tot hij aan een roggemijt kwam. Daar besloot hij wat uit te rusten als het kon, wat te slapen, en de dag af te wachten.
Toen hij zich neer wilde leggen, hoorde hij de kerkklok van Borgharen twaalf uur slaan. Hij wilde nu nog eens proberen zijn huis te bereiken en kwam zo terecht bij de pachter van Meerssenhoven.
Deze beloofde hem op de goede weg te helpen en hem een eind weegs te begeleiden. De pachter ging met hem mee door het Haarderbos tot aan een weg die recht op de woning van de boer uitliep. 'Hier weet ik de weg wel,' meende de boer. 'Laat me nu maar gaan.'
Maar eer hij twintig meter ver kon zijn, moest hij de pachter weer terugroepen, want hetzelfde verschijnsel, 'het bos met de doornen' deed zich weer voor.
Eerst nadat de pachter hem uitgeleide had gedaan tot buiten het bos, kon de boer zijn weg naar huis vinden en had hij geen last meer van die geheimzinnige doornenstruiken.
Een boer uit Meerssen was naar Itteren gegaan, om daar wat klein vee te kopen. Het was al avond. Eer hij naar huis ging, had hij in een herberg nog met de pachter van Meerssenhoven gesproken. Om zijn weg te verkorten, sprong hij over een greppel en begon rechttoe naar huis te lopen. Die weg was hij op die manier wel honderd maal gegaan.
Plotseling stond hij voor een bosch en moest hij de handen voor de ogen houden om zich tegen de doornen te beschermen. Hij meende verdwaald te zijn, veranderde van richting, maar liep ook naar die kant tegen de doornen op. Zo ging het hem naar alle kanten. Hij wist geen weg meer en tafelde nog wat in het rond, tot hij aan een roggemijt kwam. Daar besloot hij wat uit te rusten als het kon, wat te slapen, en de dag af te wachten.
Toen hij zich neer wilde leggen, hoorde hij de kerkklok van Borgharen twaalf uur slaan. Hij wilde nu nog eens proberen zijn huis te bereiken en kwam zo terecht bij de pachter van Meerssenhoven.
Deze beloofde hem op de goede weg te helpen en hem een eind weegs te begeleiden. De pachter ging met hem mee door het Haarderbos tot aan een weg die recht op de woning van de boer uitliep. 'Hier weet ik de weg wel,' meende de boer. 'Laat me nu maar gaan.'
Maar eer hij twintig meter ver kon zijn, moest hij de pachter weer terugroepen, want hetzelfde verschijnsel, 'het bos met de doornen' deed zich weer voor.
Eerst nadat de pachter hem uitgeleide had gedaan tot buiten het bos, kon de boer zijn weg naar huis vinden en had hij geen last meer van die geheimzinnige doornenstruiken.
Beschrijving
Een boer raakt verdwaald in een geheimzinnig doornenbos.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van spokende dieren en dingen'.
Naam Overig in Tekst
Meerssenhoven   
Naam Locatie in Tekst
Meerssen   
Itteren   
Borgharen   
Haarderbos   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
