Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KEMP333 - Van zondagschennissen: De derde visser

Een sage (boek), 1925

Hoofdtekst

De derde visser

Twee mannen uit Wijk-Maastricht hadden samen afgesproken, om des nachts 'op zink' te gaan vissen waar het Papenwater in de Maas uitloopt. Zij vergaten echter te denken aan de zondag en bepaalden een nacht van zaterdag op zondag.
Des avonds om tien uur gingen zij naar de monding van het Papenwater en zagen daar een bootje, waarmede de boeren van Sint-Pieter groenten, mest en andere vrachten over de Maas zetten. Zij besloten daarin te gaan zitten en namen in het midden plaats, vlak naast elkaar.
Zij konden daar een paar uur gezeten hebben, erg in beslag genomen door hun bedrijf, toen een van de beide vissers opkeek en het bloed hem als het ware in de aderen stolde. Toevallig keek de andere ook even op en hij onderging dezelfde gewaarwording. De een riep nu de ander bij zijn voornaam en ze stieten elkaar aan, zonder zich daarbij veel te durven bewegen. Het zweet gutste hun langs het hoofd en over de rug.
'Zie je het niet?' waagde eindelijk de een te vragen.
De andere knikte even bevestigend met het hoofd en antwoordde erg benauwd: 'Ik zie het ook.'
Zij probeerden nu allebei om het vistuig in de steek te laten, uit het bootje aan land te springen en dan weg te lopen; maar het was of zij versteend waren en iets hen op de plaats vasthield.
Ten langen laatste durfde de een toch te zeggen: 'Dat is daar niet zuiver mee, want dan had hij ons toch moeten passeren en ik heb niets gemerkt. Hij kon toch niet langs ons beiden door.'
Wat de beide vissers zo in de angst bracht, was de aanwezigheid van een derde persoon, die plots, even na middernacht, op de voorplecht had plaats genomen. Zij konden zich maar niet verklaren, hoe hij er gekomen was, daar het bootje niet had geschommeld en niemand langs hen had geschuurd in het voorbijgaan.
Ze moesten dus blijven zitten. Eindelijk, tegen dat het één uur ging slaan, stond de zwarte gedaante langzaam op en kwam op hen af, om het bootje te verlaten. De moedigste van de beide vissers had toen de durf, dat vreemde wezen vlak in het gelaat te kijken. Maar wat voor een gezicht die had, kon hij later op de vraag van zijn kameraad, niet zeggen. Het leek op 'spinnegeweef'.
Nauwelijks was dat geheimzinnige wezen verdwenen, of de vissers lieten vistuig en alles in de steek en liepen wat ze lopen konden naar huis. Na die keer zijn zij des nachts niet meer gaan vissen.

Beschrijving

Twee vissers gaan vissen in de nacht van zaterdag op zondag. Maar dan ontmoeten zij een zwarte gedaante die hen passeert en voorkomt dat zij het bootje kunnen verlaten. Ze moeten blijven zitten tot 1 uur 's nachts. Het gezicht van de figuur lijkt gemaakt van 'spinnengeweef'.
Sindsdien zijn de vissers 's nachts niet meer gaan vissen.

Bron

Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970

Commentaar

1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van zondagschennis'.

Naam Overig in Tekst

Wijk-Maastricht    Wijk-Maastricht   

Papenwater    Papenwater   

Sint-Pieter    Sint-Pieter   

Naam Locatie in Tekst

Maas    Maas   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20