Hoofdtekst
Maai niet op zondag
Iemand uit Eygelshoven was nog laat in de avond voor een zondag of voor een feestdag gaan 'zichten' (maaien). Hij deed dit om het stuk af te krijgen. Hij behoefde nog maar voor een paar schoven te maaien, toen het twaalf uur sloeg. Och kom, dacht hij, om die paar schoven; dat zal 0. L. Heer mij wel niet zo kwalijk nemen.
Maar nauweluiks had het ergens op een kerkklok middernacht geslagen, of daar kwam een zwarte kat uit het koren op hem toegeslopen: 'Miaw, miaw, miaw!'
Hij wilde haar met de sikkel wegslaan; dat lukte hem niet. Reeds kwam er een tweede aan, een derde, een vierde en toen maar altijd meer. Nu werd het hem toch wel wat angstig te moede, te meer wijl de dieren zich niet lieten verjagen. Het was niet pluis met die katten, dat begreep hij wel. Hij maakte nu dat hij stilletjes wegkwam en sloop met zijn sikkel naar huis.
Toen hij aan zijn deur kwam, zag hij daar een grote zwarte hond zitten die hem de doorgang belette. Nu sloeg er naar met zijn sikkel; hij kon evenwel niet merken, dat hij het dier ook maar 'dåt' verwondde. Het scheen onkwetsbaar. Nu beving hem de schrik nog meer dan op het veld voor die katten. Hij sloop stilletjes achterom, langs de tuin het huis binnen en heeft na die keer niet meer op zon- of heiligendag gemaaid.
Iemand uit Eygelshoven was nog laat in de avond voor een zondag of voor een feestdag gaan 'zichten' (maaien). Hij deed dit om het stuk af te krijgen. Hij behoefde nog maar voor een paar schoven te maaien, toen het twaalf uur sloeg. Och kom, dacht hij, om die paar schoven; dat zal 0. L. Heer mij wel niet zo kwalijk nemen.
Maar nauweluiks had het ergens op een kerkklok middernacht geslagen, of daar kwam een zwarte kat uit het koren op hem toegeslopen: 'Miaw, miaw, miaw!'
Hij wilde haar met de sikkel wegslaan; dat lukte hem niet. Reeds kwam er een tweede aan, een derde, een vierde en toen maar altijd meer. Nu werd het hem toch wel wat angstig te moede, te meer wijl de dieren zich niet lieten verjagen. Het was niet pluis met die katten, dat begreep hij wel. Hij maakte nu dat hij stilletjes wegkwam en sloop met zijn sikkel naar huis.
Toen hij aan zijn deur kwam, zag hij daar een grote zwarte hond zitten die hem de doorgang belette. Nu sloeg er naar met zijn sikkel; hij kon evenwel niet merken, dat hij het dier ook maar 'dåt' verwondde. Het scheen onkwetsbaar. Nu beving hem de schrik nog meer dan op het veld voor die katten. Hij sloop stilletjes achterom, langs de tuin het huis binnen en heeft na die keer niet meer op zon- of heiligendag gemaaid.
Onderwerp
SINSAG 0917 - Teufel (in Tiergestalt) erschreckt Sünder (Fluchende, Holzdiebe, Sonntagsschänder oder Spötter).   
Beschrijving
Een maaier denkt de laatste paar schoven nog wel na twaalven op zaterdagavond te kunnen zichten. Maar dan komt er een enorme groep katten op het veld op hem af. Uit angst vlucht hij weg, maar thuis ziet hij een grote, zwarte hond zitten bij de deur die niet te verjagen was. Hij ging langs de tuin het huis binnen en heeft sindsdien niet meer op zondag gemaaid.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van zondagschennissen'.
Teufel (in Tiergestalt) erschreckt Sünder (Fluchende, Holzdiebe, Sonntagsschänder oder Spötter).
Naam Overig in Tekst
Onze Lieve Heer   
Naam Locatie in Tekst
Eygelshoven   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
