Hoofdtekst
4.9.
Toen was mijn moeder daar een tijdje in dienst, en die juffrouw heette Wim - die andere dames die weet ik niet hoe ze met derre naam heetten - en toen kwam juffouw Wim naar moeders toe en toen zee ze: 'Miep, ik moet vanavond naar Eindhoven toe, maar 't is al een beetje vroeg donker; we zullen maar niet te laat gaan. Ge moet 's met me mee gaan, ge bent toch niet bang.'
'Wel nee', zee moeder, want ik doel daar op die kattengeschiedenis, 'een kwoaj katje da' krabt mij niet'.
'Gaat dan maar naar huis en kleedt oe maar aan' zeet ze, 'dan zullen we weggaan'.
Ze gingen weg naar Eindhoven.
As ge nou naar Eindhoven gaat, da' was vroeger helemaal niet bebouwd, daar waren maar akkers en daar liep enne steenweg deur, da' was een groot uur, vijf kwartier, weet ik niet precies was 't lopen.
Toen ben ze in Eindhoven en overal ging ze boodschappen doen, de juffrouw. Moeder moes buiten blijven staan, die mocht dat mooie nieuws allemaal niet horen, of dat nou allemaal kattennieuws was, da' wist me' moeder ook niet. Afijn, toen ze klaar waren, toe was 't bij tienen, toen zijn ze weer naar huis toe gegaan. Ze waren over 't kanaal henen - daar was een groot kanaal tussen Nunen en Eindhoven en daar stond een watermolen en die waren ze voorbij en toen waren ze aan het begin van de Wolversdijk.
'Miep', zee ze tegen m'n moeder - daar stonden nog een paar boerderijen - 'ga de gij nou maar door, dan haal ik oe straks wel weer in. Ik heb hier nog een paar boodschappen te doen'.
Goed. Moeder ging deur, die dacht: daar hedde 't gezanik en ja, daar kwamen ze, de katten al achter d'r aan: miaauw!, miaauw! miaauw! 'Ja', zee moeder 'kom maar'. Miaauw! Miaauw! Toen moes ze ze te mee wegschuppen omdat ze te veel over d'r voeten gingen.
Moeder was 't 'r nie bang van, want ze dejen nooit niks, ze gingen moar op oewen schoen of op oewen klomp zitten, en dan konde ze maar afschuppen. Ze had nog een eind gegaan, een heel eind, wel een groot kwartier, misschien wel twintig minuten, op diejen Wolversdijk, en toen ineens miaauwden ze weg, vort waren ze! Toen dacht moeder, zou 't nou afgelopen zijn?!
Moeder stapte stevig deur en daar komt zo effekes daarna de juffrouw aangelopen al wat ze lopen kan, achter moeders. 'Zo, heb ik oe eindelijk toch ingehaald' zee ze, 'ik wist nie waar ge waart, en ik kon oe niet vinden: ik heb toch zo hard moeten lopen'. Ik weet niet meer precies wat moeder daarop antwoordde, afijn ze ging verder.
Nou bennen ze bekant in Nunen en toen begon hetzelfde spul weer - toen was ze weer weg en toen kwamen die katten weer af, maar in Nunen aan de gemeenteschool, daar gingen ze rechtsaf op de kerk aan, en toen was moeder ze kwijt. Maar eer de juffrouw weer bij moeders was, was moeder bijna thuis. Toen zee ze: 'Hier ben ik nou, Miep!', toen zee moeder: 'ge had wel weg kunnen blijven, want ik ben thuis.
Ze zeeën mekaar goejen dag en moeder naar huis toe.
Toen was mijn moeder daar een tijdje in dienst, en die juffrouw heette Wim - die andere dames die weet ik niet hoe ze met derre naam heetten - en toen kwam juffouw Wim naar moeders toe en toen zee ze: 'Miep, ik moet vanavond naar Eindhoven toe, maar 't is al een beetje vroeg donker; we zullen maar niet te laat gaan. Ge moet 's met me mee gaan, ge bent toch niet bang.'
'Wel nee', zee moeder, want ik doel daar op die kattengeschiedenis, 'een kwoaj katje da' krabt mij niet'.
'Gaat dan maar naar huis en kleedt oe maar aan' zeet ze, 'dan zullen we weggaan'.
Ze gingen weg naar Eindhoven.
As ge nou naar Eindhoven gaat, da' was vroeger helemaal niet bebouwd, daar waren maar akkers en daar liep enne steenweg deur, da' was een groot uur, vijf kwartier, weet ik niet precies was 't lopen.
Toen ben ze in Eindhoven en overal ging ze boodschappen doen, de juffrouw. Moeder moes buiten blijven staan, die mocht dat mooie nieuws allemaal niet horen, of dat nou allemaal kattennieuws was, da' wist me' moeder ook niet. Afijn, toen ze klaar waren, toe was 't bij tienen, toen zijn ze weer naar huis toe gegaan. Ze waren over 't kanaal henen - daar was een groot kanaal tussen Nunen en Eindhoven en daar stond een watermolen en die waren ze voorbij en toen waren ze aan het begin van de Wolversdijk.
'Miep', zee ze tegen m'n moeder - daar stonden nog een paar boerderijen - 'ga de gij nou maar door, dan haal ik oe straks wel weer in. Ik heb hier nog een paar boodschappen te doen'.
Goed. Moeder ging deur, die dacht: daar hedde 't gezanik en ja, daar kwamen ze, de katten al achter d'r aan: miaauw!, miaauw! miaauw! 'Ja', zee moeder 'kom maar'. Miaauw! Miaauw! Toen moes ze ze te mee wegschuppen omdat ze te veel over d'r voeten gingen.
Moeder was 't 'r nie bang van, want ze dejen nooit niks, ze gingen moar op oewen schoen of op oewen klomp zitten, en dan konde ze maar afschuppen. Ze had nog een eind gegaan, een heel eind, wel een groot kwartier, misschien wel twintig minuten, op diejen Wolversdijk, en toen ineens miaauwden ze weg, vort waren ze! Toen dacht moeder, zou 't nou afgelopen zijn?!
Moeder stapte stevig deur en daar komt zo effekes daarna de juffrouw aangelopen al wat ze lopen kan, achter moeders. 'Zo, heb ik oe eindelijk toch ingehaald' zee ze, 'ik wist nie waar ge waart, en ik kon oe niet vinden: ik heb toch zo hard moeten lopen'. Ik weet niet meer precies wat moeder daarop antwoordde, afijn ze ging verder.
Nou bennen ze bekant in Nunen en toen begon hetzelfde spul weer - toen was ze weer weg en toen kwamen die katten weer af, maar in Nunen aan de gemeenteschool, daar gingen ze rechtsaf op de kerk aan, en toen was moeder ze kwijt. Maar eer de juffrouw weer bij moeders was, was moeder bijna thuis. Toen zee ze: 'Hier ben ik nou, Miep!', toen zee moeder: 'ge had wel weg kunnen blijven, want ik ben thuis.
Ze zeeën mekaar goejen dag en moeder naar huis toe.
Onderwerp
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
Meisje dient bij mevrouw die als heks wordt gezien. Als ze samen boodschappen hebben gedaan, verdwijnt mevrouw regelmatig en dan verschenen er katten. Als het meisje bij een kerk komt verdwijnen de katten.
Bron
Willem de Blécourt. Volksverhalen uit Noord Brabant. Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 150-152
Commentaar
bandopname 21 oktober 1957
De volledige naam van de vertelster is Antoinetta Maria Verbeek-Beenen. De bandopname van 21 oktober 1957 moet met opzet verkeerd gedateerd zijn, want de vertelster was toen al bijna een jaar overleden.
Andere Begegnungen mit Hexentieren
Naam Overig in Tekst
Wim   
Miep   
Naam Locatie in Tekst
Eindhoven   
Nuenen   
Wolversdijk   
Nunen   
Plaats van Handelen
Nuenen (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L235p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
