Hoofdtekst
5.15. 't Vrouwke van Staveren
't Vrouwke van Staveren die was heel rijk: die aai veul schepen. En da waren gouwen plaatjes, waar dat die over liep en de leuningen, zal ik zeggen. Nauw waren de schippers uitgevaren en ze moesten het rijkste en het kostbaarste graan laaien. Maar nauw waren d'r schippers gekomen en die aaien gezeet dat de schepen wel is zouwen vergaan. 'Wat hedde gelaaien?' zei ze.'Tarwe!' Ze was er nie mee kontent. 'Werp het over bord!' Toen kwam er een ander vrouw en die zei as ze da nie mogen en die stongen te schreeuwen da ze zo'n armoei aaien. Toen kwaam er weer een schip, ook weer tarwe. 'Ge gooi het over boord!' zei ze, ''t is langs bakboord binnen gekomen, gooi het langs bakboord buiten!' Ze zeien as ze zo moeten blijven doen, dan zou alles vergaan. Dan hee ze ne gouwen ring in de zee gegooid, en dan zei ze: 'As deze ring komt weerom ... 't ander vers ken ik nie: 'dr is e lieke van'.
Ne schipper brocht ne vis, die schipper en toen vonden z'heuren eigen trouwring en toen is alles vergaan. En d'r komt nog altij tarw boven: waar die schepen het in zee hemmen gegooid. Den halm komt boven, maar geen aren.
't Vrouwke van Staveren die was heel rijk: die aai veul schepen. En da waren gouwen plaatjes, waar dat die over liep en de leuningen, zal ik zeggen. Nauw waren de schippers uitgevaren en ze moesten het rijkste en het kostbaarste graan laaien. Maar nauw waren d'r schippers gekomen en die aaien gezeet dat de schepen wel is zouwen vergaan. 'Wat hedde gelaaien?' zei ze.'Tarwe!' Ze was er nie mee kontent. 'Werp het over bord!' Toen kwam er een ander vrouw en die zei as ze da nie mogen en die stongen te schreeuwen da ze zo'n armoei aaien. Toen kwaam er weer een schip, ook weer tarwe. 'Ge gooi het over boord!' zei ze, ''t is langs bakboord binnen gekomen, gooi het langs bakboord buiten!' Ze zeien as ze zo moeten blijven doen, dan zou alles vergaan. Dan hee ze ne gouwen ring in de zee gegooid, en dan zei ze: 'As deze ring komt weerom ... 't ander vers ken ik nie: 'dr is e lieke van'.
Ne schipper brocht ne vis, die schipper en toen vonden z'heuren eigen trouwring en toen is alles vergaan. En d'r komt nog altij tarw boven: waar die schepen het in zee hemmen gegooid. Den halm komt boven, maar geen aren.
Onderwerp
AT 0736A - The Ring of Polycrates   
ATU 0736A - The Ring of Polycrates.   
Beschrijving
Rijke vrouw vraagt schippers kostbaarste te laden, en is ontevreden met de tarwe die ze meebrengen. Ze eist dat de tarwe overboord wordt gezet, ondanks opmerkingen dat alles zou vergaan als dat gebeurde. De vrouw gooit een gouden ring in zee en zegt dat de ring net zo min terug zal komen als dat de schepen zullen vergaan. Als in een vis haar ring wordt gevonden vergaan de schepen. Op de plaats waar de tarwe in zee is geworpen groeien halmen zonder aren.
Bron
Willem de Blécourt. Volksverhalen uit Noord Brabant. Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 168
Motief
L412.1 - Woman casts ring into sea boasting that it is as impossible for her to become poor as for the ring to be found.   
B548.2.1 - Fish recovers ring from sea.   
Commentaar
1980
Motieven: L412.1 Woman casts ring into sea boasting that it is impossible for her to become poor as for the ring to be found; B548.2.1 Fish recovers ring from sea.
ML 7050 Ring thrown into the water and recovered in a fish; L8 F261 Ring des Polycrates.
5. De verteller als tovenaar. Verhalen uit Ossendrecht en Woensdrecht
Verhalen verzameld door Marcel van den Berg bij zijn veldwerk voor zijn licentiaatsverhandeling in de Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Vanaf 1950 vindt er vanuit Leuven een grootscheeps onderzoek naar volksoverleveringen (sagen) plaats, tot voor kort geleid door wijlen professor K.C. Peeters, thans door professor S. Top (zie o.a. Peeters 1959, Top 1979). Van den Berg was een van de eerste studenten dIe in dit onderzoek participeerde (1955). Bij wijze van proef breidde hij zijn onderzoeksgebied, de polders ten noorden van Antwerpen, uit naar Nederlands grondgebied. Hoewel de verhaalmotieven uit Ossendrecht en Woensdrecht (evenals de rest van Noord-Brabant) niet noemenswaard afwijken van wat er ten zuiden
van de grens wordt verteld, merkt hij desalniettemin op: 'Toch menen we ondervonden te hebben dat deze dorpen (Ossendrecht en Woensdrecht, WdB) zo maar niet in ons gebied mogen geïntegreerd worden; de sfeer, het landschap en de mens is er anders en veel contact is er niet tussen de dorpen onder en boven de grens' (1960: 26). Over de wijze van noteren schrijft hij: 'Wanneer ze begonnen te vertellen haalden we diskreet een klein notaboekje boven en registreerden zo trouw mogelijk: we noteerden de hoofdwoorden, de typische volkse gezegden. Thuis gekomen typten we iedere sage onmiddellijk op een steekkaart; de herinnering was nog levendig genoeg om de hiaten aan te vullen.
Nooit hebben we protest gekregen dat we nota namen' (1960: 29). 'Alle grote verzamelaars leggen nadruk op de getrouwheid bij het optekenen. De volkskundige heeft dus niet het recht ook maar enigszins aan de volkse uitdrukking te tornen. Maar de grote moeilijkheid is, dat men meestal niet vlug genoeg kan schrijven om alles op te tekenen. Wij maakten natuurlijk gebruIk van een aantal afkortingen. Gewoonlijk lieten wij onze zegsman achteraf nog eens opnieuw vertellen om hetgeen wij opgetekend hadden aan een kontrole te onderwerpen en indien nodig, hier en daar woorden aan te vullen' (geciteerd in Heupers 1979: 13). Zie verder: Van den Berg 1965, en het door hem uit zijn licentiaatsverhandeling samengestelde deel Volksverhalen uit Antwerpen in deze serie.
Verteller: Gust Vriendts, woonachtig te Ossendrecht, 76 jaar (1955) was koewachter, werkte in de polder, ging naar het buitenland (Duitsland), waar hij kanaalgraver was. Vertelt traag, ietwat hakkelend, maar toch zeer beeldrijk.
ML 7050 Ring thrown into the water and recovered in a fish; L8 F261 Ring des Polycrates.
5. De verteller als tovenaar. Verhalen uit Ossendrecht en Woensdrecht
Verhalen verzameld door Marcel van den Berg bij zijn veldwerk voor zijn licentiaatsverhandeling in de Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Vanaf 1950 vindt er vanuit Leuven een grootscheeps onderzoek naar volksoverleveringen (sagen) plaats, tot voor kort geleid door wijlen professor K.C. Peeters, thans door professor S. Top (zie o.a. Peeters 1959, Top 1979). Van den Berg was een van de eerste studenten dIe in dit onderzoek participeerde (1955). Bij wijze van proef breidde hij zijn onderzoeksgebied, de polders ten noorden van Antwerpen, uit naar Nederlands grondgebied. Hoewel de verhaalmotieven uit Ossendrecht en Woensdrecht (evenals de rest van Noord-Brabant) niet noemenswaard afwijken van wat er ten zuiden
van de grens wordt verteld, merkt hij desalniettemin op: 'Toch menen we ondervonden te hebben dat deze dorpen (Ossendrecht en Woensdrecht, WdB) zo maar niet in ons gebied mogen geïntegreerd worden; de sfeer, het landschap en de mens is er anders en veel contact is er niet tussen de dorpen onder en boven de grens' (1960: 26). Over de wijze van noteren schrijft hij: 'Wanneer ze begonnen te vertellen haalden we diskreet een klein notaboekje boven en registreerden zo trouw mogelijk: we noteerden de hoofdwoorden, de typische volkse gezegden. Thuis gekomen typten we iedere sage onmiddellijk op een steekkaart; de herinnering was nog levendig genoeg om de hiaten aan te vullen.
Nooit hebben we protest gekregen dat we nota namen' (1960: 29). 'Alle grote verzamelaars leggen nadruk op de getrouwheid bij het optekenen. De volkskundige heeft dus niet het recht ook maar enigszins aan de volkse uitdrukking te tornen. Maar de grote moeilijkheid is, dat men meestal niet vlug genoeg kan schrijven om alles op te tekenen. Wij maakten natuurlijk gebruIk van een aantal afkortingen. Gewoonlijk lieten wij onze zegsman achteraf nog eens opnieuw vertellen om hetgeen wij opgetekend hadden aan een kontrole te onderwerpen en indien nodig, hier en daar woorden aan te vullen' (geciteerd in Heupers 1979: 13). Zie verder: Van den Berg 1965, en het door hem uit zijn licentiaatsverhandeling samengestelde deel Volksverhalen uit Antwerpen in deze serie.
Verteller: Gust Vriendts, woonachtig te Ossendrecht, 76 jaar (1955) was koewachter, werkte in de polder, ging naar het buitenland (Duitsland), waar hij kanaalgraver was. Vertelt traag, ietwat hakkelend, maar toch zeer beeldrijk.
The Ring of Polycrates
Naam Locatie in Tekst
Staveren   
Stavoren   
Plaats van Handelen
Stavoren   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
