Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WEV014004

Een sage (mondeling), maandag 08 augustus 1966

Hoofdtekst

Ik liep eens met mijn vader langs het kanaal; daar blijft hij staan en zegt: “Kiek es, doar ligt n kerel in t woater en kropt er mit n stuk stro weer uut.”
Ik kijk, maar zie niks.
“k Zie niks gien biezunders”, zee ik tegen de oude heer.
“Ie smerige jong; ik wies joe de plekke aan, woar die man ligt en ie zien niks; k zul joe toch n trap geevn.”
Ja, mijn vader werd nog kwaad ook; maar ikzag nou een keer niks.
In huis vertelde ik het aan mijn moeder en die zei, dat vader best iets gezien kon hebben.
Een paar weken later.
Mijn vader fietst langs het kanaal en komt in het water terecht. Gelukkig is er net een vrouw in de buurt. Ze loopt daar met een kruiwagen met stro. Ze komt op de man af en probeert eerst met wat aan elkaar gevlochten vodden de drenkeling te helpen. Maar dat mislukt.
Dan grijpt ze de bossen stro en gooit die mijn vader toe.
En op die manier gelukt het haar hem te redden.
Zo had hij zich zelf zien drijven, zonder dat hij dit wist.

Onderwerp

SINSAG 0487 - Vorbedeutung anderer Ereignisse.    SINSAG 0487 - Vorbedeutung anderer Ereignisse.   

Beschrijving

Man ziet iemand met een bos stro uit water kruipen. Later valt de man in het water en wordt gered doordat iemand hem bossen stro toegooit.

Bron

Collectie Wever, verslag 140, verhaal 4 (Archief Meertens Instituut)

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21