Hoofdtekst
No. 8 Een troep kabouters had een onderaardsch verblijf in een tuin, bij de woning van A. Dekkers, dat voor 't oudste huis van Bergeik doorgaat.
Dikwijls kwamen ze bij vroegere bewoners, wier namen nog algemeen bekend zijn, om keukengerei te leenen, of om eten en drinken te vragen. Kregen ze het verlangde niet, dan kon men er zeker van zijn dat het werk dien dag niet wilde vlotten. Maar stond men hen het gevraagde toe, wat bijna altijd het geval was, dan ging alles van een leien dakje. 'n Zeker vrouwtje, Grietje geheeten, was met het leven en werken der kabouters het best bekend; ze kwamen bij haar nog al eens om room bedelen.
Op zekeren nacht keek een nieuwsgierige door het sleutelgat, om iets van hen of hun werk te zien, maar een der ventjes bemerkte spoedig dan verspieder, en zei in kaboutertaal: "Steekt hem de oogen uit." De nieuwsgierige is toen gauw heengegaan. 8).
Dikwijls kwamen ze bij vroegere bewoners, wier namen nog algemeen bekend zijn, om keukengerei te leenen, of om eten en drinken te vragen. Kregen ze het verlangde niet, dan kon men er zeker van zijn dat het werk dien dag niet wilde vlotten. Maar stond men hen het gevraagde toe, wat bijna altijd het geval was, dan ging alles van een leien dakje. 'n Zeker vrouwtje, Grietje geheeten, was met het leven en werken der kabouters het best bekend; ze kwamen bij haar nog al eens om room bedelen.
Op zekeren nacht keek een nieuwsgierige door het sleutelgat, om iets van hen of hun werk te zien, maar een der ventjes bemerkte spoedig dan verspieder, en zei in kaboutertaal: "Steekt hem de oogen uit." De nieuwsgierige is toen gauw heengegaan. 8).
Onderwerp
SINSAG 0064 - Hilfsbereite Zwerge verspottet: das Glück wendet sich
  
Beschrijving
In Bergeik wordt verteld dat kabouters spullen wilde lenen van boeren. Als ze dit kregen zou het werk van de boer die dag goed verlopen, maar kregen ze het niet dan zou het werk van de boer die dag niet vlotten. Nieuwsgierigen werden bestraft met het uitsteken van de ogen.
Bron
Noord-Brabantsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie. - [1933], p. 14
Commentaar
[1933]
Valt onder hoofdstuk en titel(s): I. Mythologische Sagen: De Daemonen der vier elementen: A. Aardgeesten: 1. Dwergen.
8) BRON: Panken. Brab. S. No. 12, 15-16, 27-37.
Ter verg.: Dienstvaardigheid. (No. 7 - 19). v. d. Bergh, N. Myth., 121. Kemp, Limb. S., 119-122. Wolf, N. S. No. 206, 208, 209, 211, 474-481; D. M. u. S., No. 66, 68, 73. de Cock's Teirl., No. 167, 168, 171, 176. de Cock, VI. S. No. 194. de Mont's de Cock, VI. vert. 326-330. Stroobrant, Lég. et Cout. 8, 19. Ons Volksl. I, 66 vlg.; II, 53; IX, 160 vlg. Hagelander, IV, 10. Volk en Taal, III, 89. 't Daghet, VIII, 69 vlg. Sébillot, I, 230-231, 457-460; II, 30-31, 43; III, 351. Grimm, D. Myth., 424 vlg. Tallooze sagen in geheel Duitschland.
Verspieder 't oog uitgestoken. (No. 8, 11, 13, 18). Kemp, Limb. S., 123.
8) BRON: Panken. Brab. S. No. 12, 15-16, 27-37.
Ter verg.: Dienstvaardigheid. (No. 7 - 19). v. d. Bergh, N. Myth., 121. Kemp, Limb. S., 119-122. Wolf, N. S. No. 206, 208, 209, 211, 474-481; D. M. u. S., No. 66, 68, 73. de Cock's Teirl., No. 167, 168, 171, 176. de Cock, VI. S. No. 194. de Mont's de Cock, VI. vert. 326-330. Stroobrant, Lég. et Cout. 8, 19. Ons Volksl. I, 66 vlg.; II, 53; IX, 160 vlg. Hagelander, IV, 10. Volk en Taal, III, 89. 't Daghet, VIII, 69 vlg. Sébillot, I, 230-231, 457-460; II, 30-31, 43; III, 351. Grimm, D. Myth., 424 vlg. Tallooze sagen in geheel Duitschland.
Verspieder 't oog uitgestoken. (No. 8, 11, 13, 18). Kemp, Limb. S., 123.
Hilfsbereite Zwerge verspottet: das Glück wendet sich
Naam Overig in Tekst
A. Dekkers   
Grietje   
Naam Locatie in Tekst
Bergeik   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
