Hoofdtekst
Een man zonder hoofd
En weet u wat er in de buurt van Terneuzen eens gebeurde?
Nee nee, niet van dien vliegenden Hollander. Maar dat van dien man zonder ....
Kijk, dat zat zoo.
Op een donkere avond liepen er langs de weg eens twee mannen. Twee eerbare mannen. Er was niets bijzonders aan hen, volstrekt niets. Misschien hadden ze in Terneuzen hun neus even gewarmd, wie zal het zeggen. Genoeg, geen kwaad van die mannen. Er is niets omtrent hun levenswandel bekend. Het eenige wat vaststaat is deze eene gebeurtenis.
Op een avond laat dan liepen die twee mannen langs de weg. En ze hadden een woord voor elkander. Natuurlijk, wanneer je in een donkere nacht langs eenzame wegen gaat, wanneer de wind zoo geheimzinnig door het koren ruischt, wanneer de uil met een schrille schreeuw langs je ooren vliegt, zeg je woorden tegen den man die naast je gaat, al was het alleen maar om het gevoel van veiligheid dat je daarbij doortintelt. De geruststellende gedachte van niet alleen door die donkerte te loopen.
Zoo liepen die twee dan met elkaar te praten zonder eigenlijk iets te zeggen tot ze opeens zagen dat ze niet met z'n tweeën waren maar met z'n drieën ....
Ja, er liep er nog eentje met hen mee en die eene had geen .... hoofd.
Griezelig nietwaar?
Er loopt iemand naast je, zoo maar op de weg, je ziet zijn lijf, zijn beenen, zijn armen, maar zijn hoofd ....
Je slaat een zijweg in en de man zonder hoofd gaat mee, je gaat een dreef op en de hoofdelooze man stapt met een zwaai achter de hekkepaal om en volgt je; je holt over de dijk en de man die geen hoofd heeft holt mee.
Ja, het is griezelig en haast niet te gelooven maar bij Terneuzen is het toch gebeurd.
En weet u wat er in de buurt van Terneuzen eens gebeurde?
Nee nee, niet van dien vliegenden Hollander. Maar dat van dien man zonder ....
Kijk, dat zat zoo.
Op een donkere avond liepen er langs de weg eens twee mannen. Twee eerbare mannen. Er was niets bijzonders aan hen, volstrekt niets. Misschien hadden ze in Terneuzen hun neus even gewarmd, wie zal het zeggen. Genoeg, geen kwaad van die mannen. Er is niets omtrent hun levenswandel bekend. Het eenige wat vaststaat is deze eene gebeurtenis.
Op een avond laat dan liepen die twee mannen langs de weg. En ze hadden een woord voor elkander. Natuurlijk, wanneer je in een donkere nacht langs eenzame wegen gaat, wanneer de wind zoo geheimzinnig door het koren ruischt, wanneer de uil met een schrille schreeuw langs je ooren vliegt, zeg je woorden tegen den man die naast je gaat, al was het alleen maar om het gevoel van veiligheid dat je daarbij doortintelt. De geruststellende gedachte van niet alleen door die donkerte te loopen.
Zoo liepen die twee dan met elkaar te praten zonder eigenlijk iets te zeggen tot ze opeens zagen dat ze niet met z'n tweeën waren maar met z'n drieën ....
Ja, er liep er nog eentje met hen mee en die eene had geen .... hoofd.
Griezelig nietwaar?
Er loopt iemand naast je, zoo maar op de weg, je ziet zijn lijf, zijn beenen, zijn armen, maar zijn hoofd ....
Je slaat een zijweg in en de man zonder hoofd gaat mee, je gaat een dreef op en de hoofdelooze man stapt met een zwaai achter de hekkepaal om en volgt je; je holt over de dijk en de man die geen hoofd heeft holt mee.
Ja, het is griezelig en haast niet te gelooven maar bij Terneuzen is het toch gebeurd.
Beschrijving
In de buurt van Terneuzen gebeurde het eens dat twee mannen die samen door de donkere nacht liepen, gezelschap kregen van een derde persoon. Alleen, deze man had geen hoofd ...
Bron
Legenden langs de Noordzee/ S. Franke. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1934, p. 31.
Commentaar
1934
Naam Overig in Tekst
Vliegende Hollander   
Naam Locatie in Tekst
Terneuzen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
