Hoofdtekst
RH: Zo gebeurde ‘t, ’t moet eh misschien wel in de 14de/15de eeuw geweest zijn, toen de parochie Princenhage, nog onder Gilze behoorde. Dat was één groot gebied waar ja diverse christenen al woonde, maar ze ging.. ze moesten ter kerke hier in Princenhage. Nou, in de Kerstnacht kwamen eh drie jongens uit Gilze te voet naar Princenhage toe en dat is zeker misschien wel 15 kilometer, dus dat is eh je moet vroeg weg. En in die tijd werd de nachtmis gevierd rondom eh ja ‘t ochtendgloren zo om een uur of 5, half 5 was de nachtmis, en dan kwam de dageraadsmis en dan kwam op den duur de hoogmis. Want met Kerstmis werden dr altijd drie missen gelezen. En die drie jongens die kwamen aan in ’t Ginneken, dat was een tussenstop als het ware. Op kruispunten van wegen is ’t is ‘t, daar spookt ‘t, daar daar is ’t nou daar is het meestal niet pluis. Je ziet ook op kruispunten van wegen in Frankrijk vaak en ook in Nederland, zie je zo hier en daar kruisbeelden staan om ‘t verderf als het ware af te weren. Op die kruispunten van wegen, noord oost, eh noord zuid en oost west, daar zijn ook doorgaans café’s. En daar is een drenkplaats, daar kun je je dieren kun je daar te drinken geven en je kunt zelf eh een pintje pakken als je wil en er zijn in dergelijk soort plaatsen, in dergelijk soort herbergen altijd ook vrouwen die hun diensten willen aanbieden. Dus die eh die vrachtwagenrijders die eh vertoefden daar soms geruime tijd. Met Kerstmis was het in die zaak niet druk, die drie jongens waren daar aangekomen en ’t was daar een uur of twee en pas om vijf uur zou die ker..nachtmis beginnen, ze dachten ach we kunnen nog wel even een pintje pakken en een pijpje roken of wat dan ook, voordat we verder lopen naar Princenhage. ’t Was nog een twintig minuten lopen ofzo. Dus ze gaan daar zitten en drinken wat en roken een pijpje en kijken is wat en zeggen we hebben alle tijd we zouden wel eens een kaartje kunnen leggen. Maar ja, de vierde hand is afwezig. En net toen ze dat zeiden komt er een heer binnen met een hoge hoed op en een zwart pak en hij stond wat vreemd op z’n voeten, maar: “Kaartje, o prima. Nou ik ben je man, ik ben je vierde man.” En er werd gezellig gekaart. En er werd gedronken, er werd gerookt en er werd grappen gemaakt en grollen. ’t Was een fantastische nacht. En kwart voor vijf hoorden ze de klokken luiden, ze schrokken zich een ongeluk. En één van die kaarten viel op de grond en één van die jongens wilde ‘m oprapen, keek toen onder tafel en zag twee duivelspoten in die schoenen staan, twee bokkenpoten in die schoenen. Ze hadden een kaartje gelegd met de duivel zelf. En op het moment dat ie weer boven de tafel komt, rent die heer, die vreemde heer, die inderdaad ook een beetje stonk naar eh pek en en vuiligheid, alsof die uit de hel afkomstig was, die rende de deur uit. En sinds die tijd heet de brug die over de Mark ligt de ‘Duivelsbrug’. En de laan die daar loopt dat is de ‘Duivelsbruglaan’.
Dat is dus echt een sage uit eh uit het Bredase.
Onderwerp
SINSAG 0904 - Der vierte Mann. Teufel als Kartenspieler erkannt am Bocksfuss (Pferdefuss).   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Kerstnacht   
Kerstmis   
't Ginneken   
Mark   
Bredase   
Kerst   
Naam Locatie in Tekst
Princenhage   
Gilze   
Frankrijk   
Nederland   
Duivelsbrug   
Duivelsbruglaan   
