Hoofdtekst
[48.19]
RH: Nou, wat ik vaak als uitsmijter vertel, dat is uhm het verhaal van Arcadia zelf. Dus mijn boerderij ligt in de landelijke omgeving van het buurtschap Over Aa. En dan vertel ik dat aan het begin van het jaar eh in januari, dat zullen jullie je ook herinneren was het ongelooflijk goed weer. ’t Was eigenlijk zomers zonnig. En in deze prachtige, natuurlijke, arcadische omgeving was toen door een vogeltje een nestje gebouwd. Aan de rand van mijn weiland, want ik heb achter mijn boerderij een weiland liggen, daar, dat weet dan iedereen natuurlijk, aan de rand van mijn weiland in, in een boom was een klein nestje gebouwd. En in dat nestje was één eitje neergelegd. Van welk vogeltje dat weet ik niet meer, maar dr lag één eitje en dat eitje is uitgebroed. Binnen elf dagen is dat uitgebroed zo’n eitje. Maar ja in januari is er natuurlijk voor dat ouder paar geen voedsel te vinden. Dus die moeten op zoek, op zoek, op zoek en dat kleine vogeltje dat zat in dat nestje helemaal kaal, dr zat nog geen haartje op en die zat te kwetteren en te roepen, want waar blijft mijn moeder, waar blijft m’n vader met eten. En die hangt zelfs over de rand van het nestje heen en die valt er nota bene uit zeg. En in januari, ’s morgens, dan ligt dat weiland helemaal wit, dat ligt vol met rijp. Dus dat vogeltje dat valt in de kou zeg, en die gaat tekeer die ligt daar in dat in dat natte gras, tussen die die witte pijltjes van dat gras en die gaat tekeer en die roept tjielp, tjielp, tjielp, tjielp, tjielp! En dat ziet de kat, dat ziet de koe van de buurman en die loopt daar naartoe en die denkt: “Wat is dat nou toch? Een kaal vogeltje, nou daar heb ik niks aan. Die zegt ‘boeoeoe’.” En die draait zich om en die doet die staart omhoog en ‘jap’, zo’n grote vla zeg over dat vogeltje heen. Lekker, zegt dat vogeltje, lekker warm, heerlijk. Maar ja, dan zit je natuurlijk behoorlijk in de shit hè?! [verteller, RK en IS lachen] Dat hoort, en die roepen, roepen dat vogeltje, dat hoort de kat van de buurman, van meneer Gommers daar daar naast me. En die gaat daar naartoe en die denkt “hé, hapklare brok dr zit geen haartje op”. En die pakt dat haar.. dat vogeltje uit die vla van die koe, die schudt dr eens aan: hap, vogeltje weg, op. Dit is het einde van het verhaal, zeg ik dan tegen de mensen. Maar waarom heb ik u dat verteld? Dit verhaal heeft een drievoudige moraal. Als je in de narigheid zit, als iemand met drek naar je gooit, je beschuldigt, je belastert, je zit dus echt in de shit. Dan kun je beter je mond houden, getuig die koe. Als je uit de narigheid gehaald wordt door iemand en je hebt daar ruimschoots bekendheid aan gegeven, dan kun je toch eigenlijk beter je mond houden, want eh die kat die komt daar om je uit de narigheid te halen, maar die at je wel op. Dus mijn raad is, op de derde plaats, als je echt in de narigheid zit, kun je beter je mond houden.
Ik vertel ’t nou niet helemaal goed geloof ik, maar in in die geest is het verhaal.
RH: Nou, wat ik vaak als uitsmijter vertel, dat is uhm het verhaal van Arcadia zelf. Dus mijn boerderij ligt in de landelijke omgeving van het buurtschap Over Aa. En dan vertel ik dat aan het begin van het jaar eh in januari, dat zullen jullie je ook herinneren was het ongelooflijk goed weer. ’t Was eigenlijk zomers zonnig. En in deze prachtige, natuurlijke, arcadische omgeving was toen door een vogeltje een nestje gebouwd. Aan de rand van mijn weiland, want ik heb achter mijn boerderij een weiland liggen, daar, dat weet dan iedereen natuurlijk, aan de rand van mijn weiland in, in een boom was een klein nestje gebouwd. En in dat nestje was één eitje neergelegd. Van welk vogeltje dat weet ik niet meer, maar dr lag één eitje en dat eitje is uitgebroed. Binnen elf dagen is dat uitgebroed zo’n eitje. Maar ja in januari is er natuurlijk voor dat ouder paar geen voedsel te vinden. Dus die moeten op zoek, op zoek, op zoek en dat kleine vogeltje dat zat in dat nestje helemaal kaal, dr zat nog geen haartje op en die zat te kwetteren en te roepen, want waar blijft mijn moeder, waar blijft m’n vader met eten. En die hangt zelfs over de rand van het nestje heen en die valt er nota bene uit zeg. En in januari, ’s morgens, dan ligt dat weiland helemaal wit, dat ligt vol met rijp. Dus dat vogeltje dat valt in de kou zeg, en die gaat tekeer die ligt daar in dat in dat natte gras, tussen die die witte pijltjes van dat gras en die gaat tekeer en die roept tjielp, tjielp, tjielp, tjielp, tjielp! En dat ziet de kat, dat ziet de koe van de buurman en die loopt daar naartoe en die denkt: “Wat is dat nou toch? Een kaal vogeltje, nou daar heb ik niks aan. Die zegt ‘boeoeoe’.” En die draait zich om en die doet die staart omhoog en ‘jap’, zo’n grote vla zeg over dat vogeltje heen. Lekker, zegt dat vogeltje, lekker warm, heerlijk. Maar ja, dan zit je natuurlijk behoorlijk in de shit hè?! [verteller, RK en IS lachen] Dat hoort, en die roepen, roepen dat vogeltje, dat hoort de kat van de buurman, van meneer Gommers daar daar naast me. En die gaat daar naartoe en die denkt “hé, hapklare brok dr zit geen haartje op”. En die pakt dat haar.. dat vogeltje uit die vla van die koe, die schudt dr eens aan: hap, vogeltje weg, op. Dit is het einde van het verhaal, zeg ik dan tegen de mensen. Maar waarom heb ik u dat verteld? Dit verhaal heeft een drievoudige moraal. Als je in de narigheid zit, als iemand met drek naar je gooit, je beschuldigt, je belastert, je zit dus echt in de shit. Dan kun je beter je mond houden, getuig die koe. Als je uit de narigheid gehaald wordt door iemand en je hebt daar ruimschoots bekendheid aan gegeven, dan kun je toch eigenlijk beter je mond houden, want eh die kat die komt daar om je uit de narigheid te halen, maar die at je wel op. Dus mijn raad is, op de derde plaats, als je echt in de narigheid zit, kun je beter je mond houden.
Ik vertel ’t nou niet helemaal goed geloof ik, maar in in die geest is het verhaal.
Beschrijving
Op de boerderij Arcadia werd in januari eens een eitje uitgebroed. Dat vogeltje was nog helemaal kaal en had bijna geen eten. Hij viel uit het nestje zo in het koude gras. Er kwam een koe aan en die poepte zo over het vogeltje heen. Vervolgens kwam er een kat en die at in één keer het vogeltje op. De les die je uit dit verhaal kunt halen, is dat als je in de narigheid zit je beter je mond kunt houden.
Bron
Letterlijk afschrift van MP3-opname: R. Hoondert 18 okt. 2007.WAV
Commentaar
18 oktober 2007
Deel van een interview van Ruben Koman en Ilse Slootweg met Rinus Hoondert, afgenomen in de Centrale Bibliotheek te Breda. RH = Rinus Hoondert, RK= Ruben Koman, IS= Ilse Slootweg. Dhr. Hoondert heeft dit verheel zelf bedacht, het is dus een kunstfabel.
Dhr. Hoondert stuurde later nog een e-mail waarin hij een toevoeging gaf op het vertelde verhaal:
" Ilse, Het verhaaal over dat vogetje dat in het kopude gras viel heb ik verkeerd vwerteld, ontdekte ik onderweg naar huis: De koe gooit met drek, de kat haalt herm eruit, maar eet hem op. "Dat was een drievoudige moraal, Let wel, als iemand je belastert , met drek naar je gooit, wil dat nog niet zeggen dat hij het slecht met je voorheeft, getuige die koe. Als iemand je uit de narigheid helpt, wil dat nog niet zeggen dat hij het goed met je voorheeft, getuige die kat. En de eindconclusie, als je in de narigheid zit kun je beter je mond houden." "
Dhr. Hoondert stuurde later nog een e-mail waarin hij een toevoeging gaf op het vertelde verhaal:
" Ilse, Het verhaaal over dat vogetje dat in het kopude gras viel heb ik verkeerd vwerteld, ontdekte ik onderweg naar huis: De koe gooit met drek, de kat haalt herm eruit, maar eet hem op. "Dat was een drievoudige moraal, Let wel, als iemand je belastert , met drek naar je gooit, wil dat nog niet zeggen dat hij het slecht met je voorheeft, getuige die koe. Als iemand je uit de narigheid helpt, wil dat nog niet zeggen dat hij het goed met je voorheeft, getuige die kat. En de eindconclusie, als je in de narigheid zit kun je beter je mond houden." "
Naam Overig in Tekst
Over Aa   
Gommers   
Naam Locatie in Tekst
Arcadia   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
