Hoofdtekst
Keninefaten nietwaar en Katten en Marezaten en zoo.
Zeker, in de geleerde geschiedenisboeken vindt ge dat alls zoo vermeld.
Maar is het wel zoo gegaan?
Wanneer het zoo in zijn werk was gegaan hoe is het dan te verklaren dat het land aan de Noordzee Friesland heette? Hoe komt dan de naam Friesland in de wereld?
U merkt al lang dat het anders in elkaar moet zitten.
De zaak is, heel vroeger woonden er ergens in Indië drie gebroeders, Friso, Saxo en Bruno.
Nu is Indië wel heel groot maar er woonden ook veel menschen. Te veel zelfs. Eigenlijk stond het er zoo mee dat er voor verscheidene geen plaats was.
Wat stond de koning nu te doen? Wat moest hij beginnen met al die menschen die mekaar toch maar onderste boven liepen, en waarvoor hij geen rijst genoeg had? Wegjagen?
Ja, maar dat lag niet in de aard van die Indische koning; hij was geen barbaar.
Hij peinsde op middelen om tot een oplossing te komen.
Eindelijk had hij het gevonden.
Er zou geloot worden. Ieder, niemand uitgezonderd, moest een lot trekken en hij die een niet trof moest het land verlaten en zien dat hij een andere woon- en weideplaats vond.
Het was een harde maatregel maar het kon niet anders. Maak er die oude Indische koning geen verwijt van.
Bovendien schijnt hij geweten te hebben dat er zoo hier en daar op de aarde nog wel plaatsen waren die woest en ledig lagen en waar dus eten in overvloed groeien kon. Het lijkt dus erger dan het in werkelijkheid is.
Onder degenen die een niet trokken waren ook de gebroeders Friso, Saxo en Bruno.
Voorname edellieden waren zij, van hooge stand, maar ze beriepen zich niet op hun afkomst doch onderwierpen zich zonder morren aan het lot.
Ze trokken het Indische land uit en reisden net zoo lang tot ze in de landen kwamen waar Alexander de Groote heerschte.
Alexander de Groote was er zeer mee ingenomen dat de drie dappere gebroeders zich bij hem aanmelden.
Hij nam ze in dienst en stelde ze als hoofden over uitgestrekte landstreken en hij bekleedde hen met groote macht.
En ze regeerden de rijken van Alexander naar diens genoegen.
Maar reeds na twee jaren kwam de Groote Alexander te overlijden.
Wat zou er nu van de drie gebroeders worden? Bij het volk dat door hen geregeerd werd waren ze gehaat want ze hadden de roede niet gespaard. Gestreng was hun hand geweest en ongehoorzaamheid duldden ze niet. Wat zou het volk, nu Alexander er niet meer was, Alexander waartegen het met eerbiedige vrees en hoog ontzag op kon kijken, wat zou het volk met de drie gebroeders doen?
Echter, zij wachtten niet wat het losgebroken volk doen zou maar besloten scheep te gaan, naar het Noorden te varen en nieuwe landen te zoeken voor zich zelf en maagdelijke weiden voor hun vee.
En nadat ze maanden en maanden met hun schepen en vlotten de zeeën hadden bevaren, stormen hadden getrotseerd en meermalen schier tegen de rotsen te pletter geslagen waren, kwamen ze eindelijk aan een land ergens aan de Noordzee, in de buurt van de rivier Het Vlye. En ze zagen dat het nog onbewoond was.
En daar stapten de drie gebroeders aan land met hun have en goed. Ze bouwden er vele en schoone huizen en paleizen en hebben er heel lang in vrede gewoond.
Maar na verloop van tijd was ook daar de ruimte te klein geworden. Het aantal menschen was gegroeid en de weiden voor het vee waren niet meer voldoende.
Toen besloot Friso, zijn jongere broers voor te stellen, om, evenals eertijds in het Indische land te loten wie een nieuwe woonplaats zou gaan zoeken.
Maar Saxo en Bruno wilden daarvan niet weten.
Neen, mijnheer broeder, spraken zij, niet aldus. Ons betaamt het, als jongeren, het land te verlaten en in andere streken naar nieuwe woonplaatsen om te zien.
En nadat Friso hen aangehoord had en zag dat ze ook meenden wat ze zeiden stemde hij tenslotte met hun reden in maar smeekte hen dat toch de broederlijke liefde niet mocht verloren gaan. Veel liever dan dat zou hij zelf vertrekken, naar verre onbekende oorden om opnieuw land- en woonplaats te zoeken.
Maar de broers beloofden plechtig dat de band tusschen hun drieën ongebroken zou blijven en dat Friso, de oudste, zou vertrekken verwierpen zij verre.
En zoo gebeurde het dan dat Saxo naar het Oosten trok en ergens in een land nieuwe weiden vond en hij noemde dat land Saxenland.
De tweede broeder, Bruno, vond herberg in een ander land, niet ver van daar en noemde een stad daarvan naar zijn naam, n.l. Brunswijk.
Maar Friso bleef in het land aan de Noordzee, in de buurt van het Vlye en stichtte alzoo het groote Friezenland.
Hij bouwde er vele dorpen en steden en ook een schitterende tempel waarin hij zijn God Stavo Vereerde.
Dit is de geschiedenis van de drie gebroeders Friso, Saxo en Bruno die uit het verre Indische land kwamen, Alexander de Groote hadden gediend en naar het maagdelijke land aan de Noordzee voeren om het 't eerst van allen te bewonen.
En het moet wel werkelijk zoo gebeurd zijn ook want hoe zou anders dat land aan de naam Friesland gekomen zijn als het niet was van zijn stichter, van de dappere Friso?
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Keninefaten   
Marezaten   
Friso   
Saxo   
Bruno   
Indische   
Alexander de Groote   
Het Vlye   
Oosten   
Saxenland   
Brunswijk   
Friezenland   
God   
Naam Locatie in Tekst
Noordzee   
Katten   
Friesland   
Indië   
Noorden   
Stavo   
