Hoofdtekst
Jesaïas was magtig dun van hayr geworden. Thomas, die een jaar of twee op een tocht gevaeren had, quam hem tegen. R. 'Ho mijnheer Jesaïas, hoe gaet het al? Mij dunckt dat gij sedert mijn vertreck langer geworden zijt.' R. 'Dat is oock een praet, ik was 40 jaeren out doe gij op reys gingt, en ik soude nog opgeschooten zijn?' R. 'Jawel, het dunckt mij soo en dat met reden, omdat ik sie dat ghij door uw hayr al heen gegroeyt zijt.'
Beschrijving
Jesaïas, die kaal aan het worden was, kwam Thomas na ongeveer twee jaar weer tegen. Thomas merkte op dat Jesaïas gegroeid was. Volgens Jesaïas was dit onmogelijk, aangezien hij al veertig jaar oud was toen hij Thomas voor het laatst zag. Thomas antwoordde dat het wel mogelijk was, Jesaïas was namelijk door zijn haar heen gegroeid.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Jesaïas   
Thomas   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
