Hoofdtekst
De grooten van Macedoniën rieden Koning Philippus dat hij seker man, die altoos seer vuyl van hem sprack, bannen soude. R. 'Dat doe ick mijn leven niet, want of hij hier quaed van mij spreeckt of niet, daer leyt niet veel aen gelegen, alsoo de luyden hem kennen, maer soo ick hem bande en hij op een andere plaets geraeckte, daer soude hij toch sijn quaedspreecken niet laeten en het sou sijn perikel lopen, of sij hem niet souden geloven.'
Beschrijving
Koning Philippus werd geadviseerd een man, die kwaad over hem sprak te verbannen. De koning weigerde dit te doen. Volgens hem maakte het niet uit als de man hier kwaad over hem sprak, omdat iedereen hem hier kende. Als de man verbannen werd en in een ander land kwaad over de koning sprak kon hij, als niemand hem geloofde, gevaar lopen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Philippus   
Naam Locatie in Tekst
Macedonië   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
