Hoofdtekst
De heer van Zuijlichem wiert op een bruyloft gevraegt wat hem van die feesten dagt. R. 'Sij zijn een aes voor de gecken en een baecken voor de wijsen, en de minste van de menschen schijnen niet te weten, waerom dat de pillen vergult zijn.'
Beschrijving
De heer van Zuijlichem werd op een bruiloft gevraagd wat hij van dit soort feesten vond. De heer vond het een feest voor de gekken en een straf voor de wijzen. De meeste mensen weten niet eens waarom de pillen verguld zijn.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Zuijlichem   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
