Hoofdtekst
Frederick Bodeck met sijn neef Hans Carel relinger woorden krijgende, maeckte hem uyt voor een hondsvot. Dat ging dien avont soo heenen. 's Anderendaegs quamen Daniël Schonck en Dominicus Bodeck haer dienst presenteren om Relingers secondes te zin. R. 'Hoe, waerom soud ick vechten, messieurs?' R. 'Daer is Frederick Bodeck, die heeft u gisteren voor een hondsvot gescholden.' R. 'Tut, tut, is 't anders niet, daer vegt ick niet om, wij zijn toch neven onder malkanderen.'
Beschrijving
Frederick en zijn neef Hans kregen ruzie, waarbij Frederick Hans uitschold. De dag daarna boden twee mannen Hans aan om mee te gaan wanneer hij met Frederick zou gaan vechten. Hans wilde echter helemaal niet vechten, ze waren tenslotte neven onder elkaar.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Frederick Bodeck   
Hans Carel Relinger   
Daniël Schonck   
Dominicus Bodeck   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
