Hoofdtekst
Caspar Barlaeus, baljouw van Wassenaer en Catwijck, stofde altijt van het ontsag dat hij onder de boeren had en van de grote liefde die sij hem droegen. Hij raeckten eens met ymant te Catwijck te kermis. Daer quam het geboerte hem soowel met pullen bier, pintsromers wijn als met boereslagen, rethorica en spreeuwereijtjes aan boort etc. Hij kreeg oock sijn pij bijna vol en om van haer af te wesen, wees hij haer op sijn broeder Anthony, seggende: 'Wat soud jij boeren doen! Daer staat een kerel die mag je met u sessen op, die drinckt soo 3 à 4 mingelen wijn achtereen sonder sijn lippen eens nat te maecken, daer schilt hij soo een schapenbout bij of hij een oortjes koeckjen at etc. en als hij dan des avonts na bed gaet, soo set hij een vaems kan Rotterdammer met een hompje kaes en een broot van 2 pond voor sijn koy, daer ordinary 's ogtens niet van overblijft etc. Wat dunckt jou mannen, wat dunckt je van soo een quant etc.?' Het geboerte stond op en staroogde. 'Wat dunckt je', seyde hij vorders, 'dat ick soo een man eens baljuw in mijn plaets maeck.' Hij verwagte hierop een groot compliment, maer de beesten seyden in presentie van al de gasten: 'Y, gut, wouw je dat doen, heer baljouw?'
Beschrijving
Een schout, die erg geliefd was onder de boeren belandde eens op een kermis. Hier wilden de boeren hem van alles laten eten en drinken. De schout wilde van hen af en wees hen daarom op zijn broeder Anthony. Hij prees dat Anthony veel at en dronk en vroeg wat de boeren ervan zouden vinden als hij hem tot schout zou maken. De schout verwachtte hier een groot compliment op, maar de boeren zeiden, in aanwezigheid van alle gasten: 'Gut, zou je dat wel doen, heer schout?'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Caspar Balaeus   
Anthony   
Naam Locatie in Tekst
Wassenaar   
Katwijk   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
