Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINBRABSAG284

Een sage (boek), 1933

Hoofdtekst

No. 284. Ergens op de Zundertsche heide ligt een schat begraven, waar menigeen al naar gezocht heeft. Twee boeren kenden dien plek en op zekeren nacht begonnen ze te graven. Ze graven, graven, tot er een grooten ijzeren kist te zien komt; die was zoo zwaar dat ze 'r met touwen uit den manshoogen kuil moeten hijschen. Ze hadden 'r al bijna boven, toen den een van blijdschap een vloek ontsnapte, die er wezen mocht. Tegelijk klonk een rommelende donderslag, en de schat verzonk tot onpeilbare diepte in de heide. 9)

Onderwerp

SINSAG 1266 - Das Heben des Schatzes. Schatzhebung misslingt, wegen Verletzung des Schweigegebotes.    SINSAG 1266 - Das Heben des Schatzes. Schatzhebung misslingt, wegen Verletzung des Schweigegebotes.   

Beschrijving

Twee boeren graven op de Zundertsche heide een schat op. Als ze hem bijna boven hebben ontsnapt een van de boeren van blijdschap een vloek. Daarop klinkt een donderslag en de schat ontglipt ze en verzinkt diep in de heide.

Bron

Noord-Brabantsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie. - [1933], p. 242.

Motief

C401.3 - Tabu: speaking while searching for treasure.    C401.3 - Tabu: speaking while searching for treasure.   

Commentaar

[1933]
Valt onder hoofdstuk en titel(s): IV. Historische Sagen; 1. Verborgen Schatten.
Noten: 9) Kunst, Oud-Zundert, 88-91.
Ingeleid door Sinninghe (No. 282-284): 'Zwijgen is het eerste gebod van den schatzoeker. Een enkel woord is voldoende om de vijandige krachten te wekken, en de schat, die men reeds in zijn bezit waant, dieper dan ooit in de aarde te doen verzinken. Met altijd weer nieuwe pakkende beelden weet de sage van zulke vruchtelooze pogingen te vertellen'
Ter vergelijking (No. 274-286): Schrijnen, N. Volksk., I, 92; v. d. Bergh, N. Myth., 203-205, 331; Wolf, N. S., No. 297-299, 235, 527, 546; Wolf, D. M. u. S., No. 54, 57, 249, 253, 430, 431; Wall Perné, V. S., I, 23, 44-47, 83-86, 115-118, 126-127; Welters, Limb. S., I, 182-187; Kemp, Limb. S., 64, 73, 120-121, 123-136; Dijkstra, W., I, 151-152; v. Deinse, 422, 450-451; E. V., II, 289-290; III, 4; Volkskunde, XIX, 150-154; de Cock's Teirlinck, No. 120, 181, 672; de Cock, Vl. S., No. 157, 254-257; Eigen Schoon, III, 63, 188-189; Ons Volksl., V, 116-117, 135, 137; VIII, 130, 214; XII, 175-176; III, 40-42; Stroobant, Orig. Scand., 23-24; Limb. Jaa[rb]., II, 20; Cornelissen, N. Volkshumor, I, 184-185. Sébillot, Folkl. de France, table, trésors; Leo Winter, Die deutsche Schatzsage (Wattenscheid 1925); Klimo, Lég. de Hongrie, 64-81; Carnoy, l'Asie Mineure, 359-361; Andrews, Contes Ligures, No. 15, 55; Eigen Haard, 1919, blz. 240-241 (Marokko). Bienemann, Livländische Sagen, No. 208-230. Douglas, Scottish Tales, 193, 208. Sidney Hartland, English Tales, 211, 219, 224.
Das Heben des Schatzes. Schatzhebung misslingt, wegen Verletzung des Schweigegebotes.

Naam Overig in Tekst

Zundertsche heide    Zundertsche heide   

Naam Locatie in Tekst

Zundert    Zundert   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20