Hoofdtekst
De koningin in 't water gevallen sijnde, hielt se den koning om sich te salveeren bij de voorbroeck. Thuys gecomen sijnde, seyde hij: 'Madame, gij sijt voorsichtich geweest, want gij hebt u iwers aengehoduden 'tgeen noyt te gront gaet.'
Beschrijving
De koningin was in het water gevallen en hield zich aan de broek van de koning vast om zich te redden. Toen ze thuis gekomen waren zei hij: 'Je bent voorzichtig geweest, want je hebt je ergens aan vastgehouden, wat nooit te gronde gaat.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20