Hoofdtekst
Iemant siende dat een treffelijck schilder lelijcke kinders hadt, seyde tegen hem: ' 'k Verwonder mij nademael gij soo fray schildert, sulcke lelijcke kinders maeckt.' 'Verwondert u daer niet over', seyde de schilder, 'want 't schilderen doe ick 's daegs en 't kindermaken 's nagts.'
Beschrijving
Iemand, die zag dat een voortreffelijk schilder lelijke kinderen had zei tegen de schilder dat hij zich erover verwonderde dat hij zo mooi schilderde, maar zulke lelijke kinderen maakte. De schilder zei de man zich niet hoefde te verwonderen, schilderen deed hij namelijk overdag en kinderen maken 's nachts.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20