Hoofdtekst
Als de keyser Maximilianus d'Eerste cort na sijne huldinge van de joden met een goude corf vol goude eyeren beschoncken wiert, soo liet hij se opsluyten en wel opdischen, en als sij de oorsaeck hiervan versochten te weten, soo seyde hij: 'De hoenders waervan sulcke schoone eyeren comen, moet men niet in 't wilt laeten loopen, maer wel bewaeren.'
Beschrijving
Keizer Maximilianus de Eerste kreeg kort na zijn huldiging een mand gouden eieren van de joden. Hij liet hen meteen opsluiten en goed verzorgen, omdat hij van mening was dat men de hoenders die voor zulke mooie eieren zorgden niet in het wild moest laten rondlopen, maar goed moest bewaren.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Maximilianus de Eerste   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
