Hoofdtekst
Een vrouw die geweldich luy was, hadt des avonts als de man thuys quam noyt haer werck gedaen. Derhalven de man, dit moede werdende, nam een stock en smeerde haer lustich af. Sij schreuwde en riep: 'Waerom slaet gij mij, ick heb immers niemendal gedaen.' 'Karonje', seyde hij, 'daerom dat gij niemendal gedaen hebt, slae ick u.'
Beschrijving
Een enorm luie vrouw had nooit haar werk af als haar man 's avonds thuis kwam. De man had hier genoeg van, nam een stok en strafte zijn vrouw hiermee. De vrouw vroeg hem waarom hij haar sloeg, ze had toch niets gedaan? De man antwoordde dat dit juist de reden was waarom hij haar strafte.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20