Hoofdtekst
Een jongen, iets copieerende, sach geschreven 'qual.' en schreeff daervoor 'qualiteyt'. Het daerna collationeerende met sijn meester, hoorde kijven omdat het voorseyde woort 'qual.' 'qualijck' te seggen was. 'Meester', seyde de jongen, 'kijf niet meer. Ick heb qualijck gelesen, want ick sie nu wel dat ick qualijck geschreven hebbe.'
Beschrijving
Een jongen, die iets moest overschrijven zag 'kwal.' staan en schreef daarvoor 'kwaliteit'. Toen hij de tekst met zijn meester besprak kreeg hij op zijn kop, omdat 'kwal.' voor 'kwalijk' stond. De jongen zei nu: 'Meester, ga niet meer tekeer. Ik heb kwalijk gelezen, want ik zie nu wel dat ik kwalijk geschreven heb.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20