Hoofdtekst
Een vrouw, gewaer werdende dat haer man altemets bij een courtisane boeleerde, bejegende de courtisane niet qualick in seecker compagnie. De courtisane hieruyt haer inbeeldende dat sij niet qualijck bij haer stont, sont haer een vereering van vijf vette capuynen, maer sij sont se weder terugge, seggende: 'Segt u juffrou dat ick haer capuynen niet van doen heb, maer dat se mij mijn haen thuys sent, die se van mij heeft.'
Beschrijving
Een vrouw kwam erachter dat haar man overspel pleegde met een hofdame. Toen de vrouw deze hofdame in een gezelschap tegenkwam beschuldigde zij haar niet. De hofdame dacht dat de vrouw het haar niet kwalijk nam en stuurde haar vijf dikke kapuinen als geschenk. De vrouw zond deze hanen weer terug en zei: 'Ik hoef deze kapuinen niet, maar laat die vrouw mij mijn eigen haan terugsturen.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20