Hoofdtekst
Als iemant een schoonen ring verlooren hadt, liet hij die uytroepen met belofte van een drinckpenning voor den vinder, maer als er niemant ten voorschijn quam, soo klaegde hij sijn noot aen een vrient, vraegende wat hem daervan dacht. 'Niet anders', seyde de ander, 'als dat den vinder geen dorst moet hebben.'
Beschrijving
Iemand is een mooie ring kwijt, en belooft een drinkpenning voor degene die hem terugbrengt. Als niemand hem terug komt brengen klaagt hij hierover bij een vriend. Deze merkt op dat de vinder wel geen dorst zal hebben.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
'drinckpenning' = fooi
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20