Hoofdtekst
Een vreemdeling, die met een seecker edelman iest te doen hadt, vont hem op straet bij veel andere staen praten. Hij hem niet kennende, vraechde hem juyst of hij hem niet wist te seggen waer soo een edelman (hem noemende) woonde. De edelman, die een kluchtich man was, seyde hem geckxwijse: 'Die man daer ghij na vraegt is over een 1/2 jaer gehangen.' De vreemdeling vraegde: 'Waerom?' 'Omdat hij gestolen hadt,' seyde hij. 'O, ongeluckig man' (seyde de vreemdeling), 'was het hem niet ongelucks genoeg dat hij een hoorendraeger was, most hij oock nog dief sijn.'
Beschrijving
Een vreemdeling is op zoek naar een zekere edelman. Niet wetende wie hij is, loopt hij op een groep mensen af aan wie vraagt waar hij hem kan vinden. De destbetreffende edelman bevindt zich in het gezelschap en antwoordt gekscherend dat de man die hij zoekt binnen een half jaar wordt opgehangen wegens diefstal. De vreemdeling zegt dat hij medelijden heeft met de man, die niet alleen door zijn vrouw bedrogen is, maar ook nog dief is.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20