Hoofdtekst
Twee studenten, met melcanderen in de herberg sittende etc., veel verteert hebbende, kosten de weert betaelen, doordien sij geen gelt hadden. Sij roepen den waert boven en staende hij aen 't ent van de taeffel seyde den een tegen den andren: 'Volumus', en smeten hem met de kandelaer op 't hooft etc., questen hem dapper. De waert in sijn grootste pijne die hem zijn quetsure dede, sey: 'Hadt ick geweeten dat volumus een kandelaer was te seggen, ick souw mij daervoor beter gewacht hebben.'
Beschrijving
Twee studenten die in een herberg eten, hebben geen geld om te betalen. Ze roepen de waard boven, roepen 'volumus' en slaan hem met een kandelaar op zijn hoofd. De waard verklaart dat hij voorzichtiger zou zijn geweest als hij wist dat volumus kandelaar betekent.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Latijn   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
