Hoofdtekst
Apero van der Hoeven, een eerlijck liefhebber in sijn tijt, hadt sijn oog op een kamenier geslagen die braef geborst en gebilt was: 'Meysje, meysje', seyde hij, sijn handt op haer borsten leggende, 'ick sal u bekeuren want gij timmert buyten de roying.'
Beschrijving
Apero van der Hoeven zag een meisje met mooie borsten en billen. Hij legde zijn hand op haar borst en maakte een ondeugende opmerking over haar bos hout voor de deur.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Apero van der Hoeven   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
