Hoofdtekst
'Gij sult swijgen', seyde Harmen tegen sijn wijf. R. 'Waerom, hangebast?' R. 'Ick seg dat gij mij sult gehoorsamen, omdat een man het hooft van sijn vrouw is.' Griet vloog hem in 't hayr roepende: 'Wie duyvel souw mij dan beletten mijn hooft te klouwen!'
Beschrijving
Harmen zei tegen zijn vrouw dat ze stil moest zijn. De vrouw, Griet, vraagt waarom dat dan moet. Harmen vertelt haar dat de man het hoofd van zijn vrouw is en dat ze daarom moet gehoorzamen. Griet grijpt daarop de haren van haar man beet en roept: 'Dan kun je me ook niet tegenhouden als ik mijn hoofd wil krabben!'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Harmen   
Griet   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
