Hoofdtekst
Als men raetslaegde of men de joodsche religie wilde toelaten, des conings geck, daerbij staende, seyde: 'Ja, laet se toe, want dan hebben wij alle religiën in 't landt, uytgenomen de Christelijke.'
Beschrijving
Tijdens een beraadslaging over het al dan niet toelaten van joden in een land, zei de nar dat de joden moesten worden toegelaten omdat dan alle religies in het land vertegenwoordigd waren, in het bijzonder de christelijke.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20