Hoofdtekst
Een hertoch van een ander gemaent werdende, seyde: 'Hondertduysent duyvels op u kop.' De man, den hertoch verstoort siende, gingh met patiënte heenen. Onderwegen wierdt hij om schult aengesprookcen, hij seyde: 'Hondertduysent duyvels op u kop.' D'ander hem bestraffende over sijn qualijck spreken, soo sey hij: 'Houdt u soo quaelijck van die betaeling niet, ick betaele u met rijcxmunt, d'hertoch heeft se daereven geslaegen.'
Beschrijving
Een hertog zei tegen een ander: 'Honderdduizend duivels op uw hoofd.' Deze man werd even later aangesproken op zijn schuld. Hij schol toen die ander uit; 'Honderdduizend duivels op uw hoofd.' De ander sprak hem bestraffend toe. 'Ik zal u betalen met een munt die net door de hertog is geslagen.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20