Hoofdtekst
Als keyser Maximiliaen Milanen belegert hadde ende den gouverneur Trivultius vreesde dat hij se ten lesten soude moet overgeven, soo bedacht hij dese inventie en schreef een brief aen de Switsersche oversten in 't keysers leger, dat hij hetgeene dat sij hem belooft hadden tegenwoordich in het werck wilden stellen, dat hij aen sijn sijde oock niet mancqueren soude de versproockene belooninge te presteren. Desen brief gaf hij aen een van sijne dienaers die sich al willens liet vangen, alhoewel hij sich heel anders stelde. Desen brief nu aen den keyser vertoont wordende, geloofden hij sulcx ende kreech sulck mistrouwen tegen de Switsers dat hij de belegering oplichte en de stadt verliet.
Beschrijving
Toen keizer Maximiliaan Milaan aan het belegeren was, verzon de gouverneur van de stad een list om de belegering te winnen. Hij schreef een brief aan de Zwitserse bevelhebbers in het leger van de keizer en zorgde ervoor dat deze onderschept werd. De keizer werd toen zo wantrouwig dat hij de belegering ophief.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Maximiliaan   
Trivultius   
Naam Locatie in Tekst
Milaan   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
